De zittingsperiode van een commissielid en -voorzitter eindigt in ieder geval met het einde van de zittingsperiode van de raad.
Het lidmaatschap van een commissielid eindigt als niet meer wordt voldaan aan de in art. 6 lid 2 gestelde eisen.
De raad kan een commissielid ontslaan op voorstel van de fractie die het lid voor benoeming heeft voorgesteld.
Een commissielid en commissievoorzitter kunnen te allen tijde ontslag nemen. Zij doen daarvan schriftelijk mededeling aan de raad. Het ontslag gaat een maand na de schriftelijke mededeling in of zoveel eerder als hun opvolger is benoemd. In het geval de betreffende fractie geen opvolgend commissielid voorstelt te benoemen, gaat het ontslag een maand na de schriftelijke mededeling in.
Hoofdstuk 2 › Paragraaf 2.2
Artikel 7
Einde lidmaatschap
Onderdeel van Verordening op de raadscommissies gemeente Utrecht