**1..** Een geldlening of een onverschuldigde betaling als bedoeld in artikel 58, tweede lid, sub a tot en met f van de Participatiewet kan 36 maanden na de datum van de toekenningsbeschikking of het terugvorderingsbesluit kwijtgescholden worden, wanneer op deze vordering gedurende 36 maanden onafgebroken minimaal naar draagkracht, overeenkomstig de afgesproken betalingsregeling of via verrekening is afgelost.
**2..** Een vordering als gevolg van schending inlichtingenplicht, alsmede een bestuurlijke boete opgelegd in de zin van artikel 18a Participatiewet, de IOAW en IOAZ, artikel 14a Algemene bijstandswet en het Boetebesluit socialezekerheidswetten, of waarvoor een aangifte van fraude is gedaan bij het Openbaar Ministerie, kan worden kwijtgescholden als 120 maanden na de datum van het terugvorderingsbesluit de vordering naar draagkracht is afgelost.
**3..** De mogelijkheid tot kwijtschelding is niet van toepassing indien:
de debiteur niet meewerkt aan een draagkrachtonderzoek;
ten behoeve van de vordering vereenvoudigd derdenbeslag wordt gelegd;
een dwangbevel is uitgevaardigd en executiemogelijkheden ontbreken;
de vordering wordt overgedragen aan een deurwaarder;
er sprake is van een registratie in het niet-ingezetene register;
een schuld is ontstaan door maatschappij ondermijnende activiteiten, of
na oordeel van het college niet of onvoldoende medewerking verleent aan schuldhulpverlening.
**4..** De in het eerste en tweede lid genoemde kwijtscheldingstermijn kan worden opgeschort, indien er sprake is van een gehonoreerd verzoek om uitstel van betaling of een periode waarin de aflossing tijdelijk wordt opgeschort. De termijn van kwijtschelding wordt in die gevallen opgeschort met de duur van respectievelijk het uitstel van betaling of de opschorting.
**5..** Het college kan op verzoek kwijtschelding verlenen.
Artikel 3
Kwijtschelding
Onderdeel van Beleidsregels kwijtschelding Participatiewet schulden gemeente Enschede 2022