**1..** De vergunning vereist op grond van artikel 2:10, 2:11, 2:12, 4:11, 4:13 en 4:15 wordt geacht te zijn verleend, wanneer niet binnen de in artikel 1:2 genoemde termijn een beslissing is genomen op de aanvraag voor een vergunning.
**2..** De werking van een overeenkomstig het vorige lid, van rechtswege verleende vergunning wordt opgeschort totdat de termijn voor het indienen van een bezwaarschrift, bedoeld in artikel 6:7 van de Algemene wet bestuursrecht, is verstreken of, indien bezwaar is gemaakt, op dit bezwaar is beslist.
**3..** Overeenkomstig artikel 28 van de Dienstenwet is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing op een aanvraag om een vergunning, ontheffing of melding op grond van artikel 2:9, vijfde lid, 2:25, tweede en derde lid, 5:18, eerste lid en 5:23, eerste lid.
**4..** Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht is niet van toepassing op een aanvraag om een vergunning of ontheffing op grond van artikel 2:25, eerste lid, 2:28, eerste lid, 2:29, eerste en tweede lid, 2:39, tweede lid en 3:4, eerste lid.