Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2. › Afdeling 5.

Artikel 2:11

Aanleggen, beschadigen en veranderen van een weg

Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening Ede

1.. Het is verboden zonder vergunning een weg aan te leggen, de verharding daarvan op te breken, in een weg te graven of te spitten, aard of breedte van de wegverharding te veranderen of anderszins verandering te brengen in de wijze van aanleg van een weg. 2.. Voor de toepassing van het eerste lid wordt onder weg verstaan: weg als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b, van de Wegenverkeerswet 1994 alsmede alle niet-openbare ontsluitingswegen van gebouwen. 3.. De vergunning wordt verleend: als omgevingsvergunning door het bevoegd gezag, indien de activiteiten zijn verboden zonder vergunning of ontheffing, bij een bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan of voorbereidingsbesluit; door het college in de overige gevallen. 4.. Het verbod in het eerste lid geldt niet voor overheden bij het uitvoeren van hun publieke taak. 5.. Het verbod geldt voorts niet voorzover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, de Gelderse wegenverordening, de Waterschapskeur, de Telecommunicatiewet of de daarop gebaseerde Telecommunicatieverordening.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel