Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3 › Paragraaf 3.1

Artikel 4

Artikel 4

Onderdeel van Beleidsregel voor bouw- en gebruiksactiviteiten in strijd met het planologisch regime 2020

(Bor, bijlage II, artikel 4, lid 3): Een bouwwerk, geen gebouw zijnde, of een gedeelte van een dergelijk bouwwerk: Een afwijking van het bestemmingsplan voor bouwwerken geen gebouw zijnde die voldoen aan de kenmerken van artikel 4 lid 3 van bijlage II van het Bor. Voor het bouwen van erf- en terreinafscheidingen bij grondgebonden woningen en vakantie- en recreatiewoningen gelden de volgende bepalingen: de hoogte van erf- en terreinafscheidingen achter de voorgevel c.q. het verlengde daarvan en niet grenzend aan de openbare ruimte mag maximaal 3 meter bedragen mits deze op minimaal 1 meter achter de naar het openbaar toegankelijk gebied gekeerde gevel(s) van het hoofdgebouw of het verlengde daarvan wordt gebouwd; de hoogte van erf- en terreinafscheidingen in zij- en achtertuinen bij hoekwoningen mag maximaal 2 meter bedragen mits: het een erf- of terreinafscheiding betreft die bestaat uit een open constructie; geen onevenredige aantasting van de verkeersveiligheid plaatsvindt; dit passend is in het straat- en bebouwingsbeeld en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en bouwwerken niet onevenredig worden aangetast. de hoogte van erf- en terreinafscheidingen vóór de naar het openbaar gebied gekeerde gevels c.q. het verlengde daarvan mag maximaal 2 meter bedragen mits: de breedte maximaal 1,5 meter bedraagt en deze haaks op de voorgevel van de woning wordt geplaatst; de afstand tot de openbare ruimte minimaal 2 meter is; het een erf- of terreinafscheiding betreft die bestaat uit een open constructie; dit passend is in het straat- en bebouwingsbeeld en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en bouwwerken niet onevenredig worden aangetast. een combinatie van de onder a. t/m c. genoemde bepalingen is mogelijk; wanneer van een combinatie van de bepalingen onder a. en c. plaatsvindt dan mag de hoogte van erf- en terreinafscheidingen voor het tussenliggende perceelsgedeelte maximaal 2 meter bedragen mits deze op gelijke wijze wordt uitgevoerd.

Rechtspraak bij dit artikel