Als de beoogde zonnepanelen-installatie niet kan voldoen aan de criteria genoemd in artikel 4, bijvoorbeeld als ze in het zicht vanaf openbaar toegankelijk gebied liggen, of worden aangelegd in cultuurhistorisch waardevolle erf- of tuinaanleg, gelden de volgende beoordelingscriteria:
Er wordt aan de criteria, als genoemd in artikel 4, lid 2, voldaan.
De zonnepanelen zijn ondergeschikt in het bebouwingsbeeld en/of de erf-/tuinaanleg. Hierbij wordt rekening gehouden met de in artikel 7 genoemde voorkeuren voor plaatsing.
De zonnepanelen worden in 1 vlak gelegd, met een regelmatige rangschikking, waarbij de dakranden, nokvorsten, dakelementen en hoekkepers voldoende worden vrijgehouden en rekening is gehouden met de totale compositie van het dakvlak. Een stelregel is dat de afstand tussen de zonnepanelen, de dakrand, dakelementen en de nokvorsten minimaal 50 centimeter is.
Bij repeterende woonblokken en -rijen is een uniforme plaats en kleur van de zonnepanelen vereist.
De zonnepanelen worden zodanig geplaatst, dat de rust in het oorspronkelijke bekappingsbeeld zo min mogelijk wordt aangetast.
Het maximaliseren van de opbrengst (aantal panelen of keuze dakvlak) mag niet ten koste gaan van de beeldkwaliteit of monumentale waarden.
Dit, ter beoordeling aan de adviescommissie.
Paragraaf
Artikel 8
Toetsing op aanvraag omgevingsvergunning
Onderdeel van Beleidsregel zonnepanelen op en bij beschermde monumenten Berg en Dal 2022