Het onderwerp het “plaatsen van (brom)fietsen” is geregeld op grond van:
Hoofdstuk 2. Openbare orde, afdeling 11. Maatregelen tegen overlast en baldadigheid, en
Hoofdstuk 5. Andere onderwerpen betreffende de huishouding der gemeente, afdeling 1. Parkeerexcessen.
Het betreft de volgende artikelen:
Artikel 2:51 Neerzetten van fietsen e.d.
Het is verboden op een openbare plaats een fiets of een bromfiets te plaatsen of te laten staan tegen een raam, een raamkozijn, een deur, de gevel van een gebouw dan wel in de ingang van een portiek indien:
dit in strijd is met de uitdrukkelijk verklaarde wil van de gebruiker van dat gebouw of dat portiek;
daardoor die ingang versperd wordt.
Artikel 5:5 Voertuigwrakken
Het is verboden een voertuig dat rijtechnisch in onvoldoende staat van onderhoud en tevens in een kennelijk verwaarloosde toestand verkeert op de weg te parkeren.
Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet milieubeheer.
Artikel 5:12 Overlast van voertuigen
Het college kan gebieden aanwijzen waar het in het belang van het uiterlijke aanzien van de gemeente, ter voorkoming of opheffing van overlast, of ter voorkoming van schade aan de openbare gezondheid, verboden is fietsen of bromfietsen onbeheerd buiten de daarvoor bestemde ruimten of plaatsen te laten staan.
Het is verboden om een motorvoertuig, bromfiets of fiets op of aan de weg te laten staan, anders dan deugdelijk afgesloten of onder behoorlijk toezicht.
Het is verboden om voertuigen langer dan een door het college vastgestelde periode op een openbare plaats te laten staan.
Hardheidsclausule
Om onnodig beslag op de beschikbare stallingsruimte tegen te gaan en/of het straatbeeld overzichtelijk te houden, is geen mogelijkheid geboden om ontheffingen te verlenen.
Op basis van artikel 4:84 van de Algemene Wet Bestuursrecht (Awb) handelt het bestuursorgaan overeenkomstig deze beleidsregel, tenzij dat voor een of meer belanghebbenden gevolgen zou hebben die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zijn in verhouding tot de met de beleidsregel te dienen doelen.
Hier dient een afzonderlijke afweging plaats te vinden per geval.
Hoofdstuk 2.
Artikel 2.2
Algemene plaatselijke verordening (Apv)
Onderdeel van Beleidsnotitie preventie overlast van (Brom)Fietsen