Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4 › Paragraaf 4.12

Artikel 4.12.1

Terugsaneerwaarden en hergebruik grond

Onderdeel van Nota bodembeheer gemeente Gooise Meren

De terugsaneerwaarden zijn in de Wet bodembescherming, het Besluit Uniforme Saneringen en de Regeling Uniforme Saneringen[32]) geregeld: Wet bodembescherming Circulaire artikel 4.1.2 1. Bodemfunctie 2. Gemotiveerd afwijken met behulp van saneringsplan BUS/RUS RUS artikel 3.1.6 en 3.2.4 1. Vastgestelde Lokale Maximale Waarden 2. Bodemfunctie zoals is aangegeven op de bodemfunctieklassenkaart, AW2000 als geen bodemfunctieklassenkaart is vastgesteld 3. Mobiele verontreiniging: kwaliteitsklasse Wonen Deze terugsaneerwaarden worden ook geadviseerd als op locaties sterk verontreinigde grond wordt ontgraven waar geen sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging (veroorzaakt voor 1 januari 1987); bijvoorbeeld als sprake is van 25 kuub of minder, sterk verontreinigde grond. Nieuwe bodemverontreinigingen (ontstaan vanaf 1 januari 1987) moeten volledig worden gesaneerd. Hiervoor is de gemeente bevoegd gezag. Het is mogelijk dat in uitzonderlijke gevallen de Lokale Maximale Waarden (zie § 4.3) niet toereikend zijn voor een sanering. Zo zou het kunnen zijn dat er voor een specifieke situatie de saneringskosten te hoog oplopen, terwijl verwacht wordt dat er op basis van locaties specifieke omstandigheden geen sprake is van een risico. In die situatie moet een saneringsplan worden opgesteld en de hierin gehanteerde terugsaneerwaarden op basis van een uitgebreid onderzoek naar risico’s (bijvoorbeeld een triadeonderzoek) worden onderbouwd. Het toepassen van grond om een saneringsdoelstelling te behalen valt onder het bevoegd gezag van de Wet bodembescherming. Voor de gemeente is dat de provincie Noord-Holland. Na inwerkingtreding van de Omgevingswet is de gemeente voor haar eigen grondgebied bevoegd gezag voor sanerende maatregelen. Uitzondering hierop vormen de (beschikte) spoedlocaties, de locaties die vallen onder het overgangsrecht van de Omgevingswet. Nadat het saneringsresultaat is behaald, mag op deze locatie grond worden toegepast mits het een nuttige toepassing betreft (zie § 2.1.1 in bijlage 2) en voldoet aan de toepassingsvoorwaarden uit deze nota bodembeheer. Ook moet worden nagegaan of de toepassing niet in strijd is met opgelegde gebruiksbeperkingen en/of nazorgverplichtingen. Voor grond, afkomstig uit de gemeente gelden de gebiedsspecifieke toepassingseisen (zie de kaartbijlagen N5). Voor grond van buiten de gemeente gelden de generieke toepassingseisen (zie de kaartbijlagen N4). Mogelijk zijn ook de aanvullende bepalingen uit § 4.4 en § 4.5 van toepassing. In een ‘Werkwijzer bodemsanering’[5] is de provincie Noord-Holland eveneens ingegaan op: De terugsaneerwaarden in de boven- en ondergrond (saneringsdoelstelling). Hergebruik van grond bij saneringen. In de werkwijzewr wordt aangesloten bij de landelijke regelgeving bij bodemsaneringen en hergebruik van grond (van een saneringslocatie).

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel