Als op de ontgravingslocatie al een bodemonderzoek volgens de NEN 5740 is uitgevoerd, maar geen onderzoeksstrategie conform een partijkeuring (zie § 4.13.2.2), geldt het volgende:
Binnen een bodemkwaliteitszone is altijd sprake van een variatie in aangetroffen gehalten. Ook op locatieniveau is vaak sprake van variatie in gehalten. De gemeente vindt het niet redelijk dat voor deze locaties, na het uitvoeren van een bodemonderzoek conform de NEN 5740, een aanvullende partijkeuring moet plaatsvinden.
De gemeente staat het daarom toe dat er geen aanvullende partijkeuring hoeft te worden uitgevoerd als wordt voldaan aan de onderstaande voorwaarden:
de terreinsituatie is niet veranderd na het laatste uitgevoerde bodemonderzoek; én
het bodemonderzoek toont aan dat de maximale waarden van het bodemonderzoek voldoen aan de 95-percentielwaarde van de betreffende bodemkwaliteitszone (zie bijlage 3, kolom 95P).
De ontgravingskaart mag dan worden gebruikt als bewijsmiddel voor de elders toe te passen grond. Het uitgevoerde bodemonderzoek wordt hierbij als aanvullend ‘bewijsmiddel’ gebruikt.
Als de maximale waarden van het bodemonderzoek hoger is dan 95-percentielwaarde van de betreffende bodemkwaliteitszone, dan wordt de ontgraven grond als afwijkend gezien en moet een partijkeuring worden uitgevoerd om de bodemkwaliteit te bepalen.
Als één of meerdere gehalten de interventiewaarde overschrijdt, moet contact worden opgenomen met de OFGV.
Hoofdstuk 4 › Paragraaf 4.13
Artikel 4.13.2.4
Uitgevoerd NEN 5740 onderzoek en gebruik ontgravingskaart
Onderdeel van Nota bodembeheer gemeente Gooise Meren