De mogelijkheden voor hergebruik van gebiedseigen grond (zie § 4.2) met de ontgravingskwaliteitsklassen ‘Industrie’, ‘Wonen’ en PFAS-houdende grond worden vergroot door gebiedsspecifiek grondstromenbeleid op te stellen. Het beleid staat toe dat in relatief schone gebieden, gebiedseigen grond mag worden toegepast met bijvoorbeeld de kwaliteitsklasse ‘Industrie’ of ‘Wonen’. Voor deze gebieden worden zogenaamde Lokale
Maximale Waarden vastgesteld. Met het gebiedsspecifieke beleid wordt voorkomen dat de gemeente en derden onnodig hoge kosten moeten maken voor de afvoer van grond met de kwaliteitsklassen ‘Industrie’, ‘Wonen’ en PFAS-houdende grond.
Het generieke kader van het Besluit staat deze verslechtering niet toe. Alleen met gebiedsspecifiek beleid mag lokale verslechtering plaatsvinden. In de hierna volgende paragrafen worden de verschillende Lokale Maximale Waarden en de gemeentelijke achtergrondwaarden PFAS-verbindingen gedefinieerd.
De in de hierna volgende paragrafen vastgestelde Lokale Maximale Waarden gelden niet voor grond van buiten de gemeente. Uitzondering hierop vormen de Lokale Maximale Waarden die strenger zijn gedefinieerd dan het generieke beleid van het Besluit (zie § 4.9):
Het toepassen grond op onverharde kinderspeelplaatsen en moes-/volkstuin(complex) en (zie § 4.3.2).
Het verspreiden van PFAS-houdende onderhoudsbaggerspecie op een aangrenzend perceel (zie § 4.18.2).
Hoofdstuk 4 › Paragraaf 4.3
Artikel 4.3.1
Inleiding
Onderdeel van Nota bodembeheer gemeente Gooise Meren