Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1.

Artikel 3

De vertrouwenspersoon integriteit (VPI)

Onderdeel van Regeling Melding Vermoeden Misstand

1.. Het bevoegd gezag wijst twee vertrouwenspersonen integriteit aan. 2.. De vertrouwenspersonen integriteit hebben tot taak: het aanhoren van een ambtenaar wiens integriteit in het geding is of dreigt te geraken en hem desgevraagd adviseren over de wijze waarop hij hiermee kan omgaan; het aanhoren en desgevraagd adviseren van een ambtenaar over de wijze waarop hij kan omgaan met kennis over of vermoeden van mogelijke integriteitschendingen in de organisatie; het op verzoek begeleiden van melders. 3.. De vertrouwenspersonen integriteit maken jaarlijks een geanonimiseerd verslag van de aard en de omvang van het aantal interne meldingen die hen ter ore zijn gekomen. Dit verslag wordt aan het bevoegd gezag en de Ondernemingsraad gestuurd en openbaar gemaakt. 4.. De vertrouwenspersoon integriteit geniet bescherming overeenkomstig het bepaalde in artikel 2, tweede tot en met het vijfde lid, tegen benadeling van zijn rechtspositie als gevolg van de hem bij deze regeling toebedeelde taken. 5.. De vertrouwenspersoon integriteit is verplicht tot geheimhouding van alle zaken die deze in hoedanigheid van vertrouwenspersoon integriteit verneemt. De plicht tot geheimhouding vervalt niet na beëindiging van de werkzaamheden als vertrouwenspersoon integriteit. Tenzij de wet anders bepaalt, is de vertrouwenspersoon integriteit niet gehouden ten opzichte van derden informatie te geven waarover geheimhouding bestaat. De gemeente zal geen van de vertrouwenspersonen integriteit verplichten om de gemeente te informeren noch voor de gemeente te getuigen over de zaken die zij in hoedanigheid van vertrouwenspersoon integriteit hebben vernomen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel