Naar hoofdinhoud
1.. Raadsleden dienen verzoeken tot het houden van een interpellatie schriftelijk in bij de voorzitter. Het verzoek bevat in ieder geval de te stellen vragen. 2.. De voorzitter brengt de inhoud van het verzoek zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige raadsleden en de wethouders. 3.. Over verzoeken die ten minste 48 uur voor aanvang van een raadsvergadering zijn ingediend of in naar het oordeel van de voorzitter spoedeisende gevallen, wordt tijdens de eerstvolgende raadsvergadering gestemd. In andere gevallen tijdens de daaropvolgende raadsvergadering. Voor de behandeling door de raad is vereist dat minimaal één derde deel van het aantal aanwezige raadsleden instemt met de interpellatie. De raad bepaalt op welk tijdstip tijdens de vergadering de interpellatie zal worden gehouden. 4.. De interpellant voert niet vaker dan driemaal het woord. De overige raadsleden, de burgemeester en de wethouders niet vaker dan tweemaal, tenzij de raad hen hiertoe verlof geeft.

Rechtspraak bij dit artikel