De bodemkwaliteitskaart geeft de diffuse achtergrondkwaliteit van de bodem weer (zie hoofdstuk 2). Locaties waarvan bekend dat er bodemverontreiniging aanwezig is, zijn uitgesloten van de kaart. Logischerwijs kan de kaart dan niet gebruikt worden voor grondverzet of voor het bepalen van de veiligheidsklasse.
Om te bepalen of de bodemkwaliteitskaart gebruikt kan worden voor een locatie dient de initiatiefnemer een vooronderzoek te laten uitvoeren conform de norm NEN 5725. In deze norm zijn sinds 2018 specifieke onderzoeksaanleidingen (met bijbehorende onderzoeksvragen) beschreven om de kaart te kunnen gebruiken als bewijsmiddel. Te weten:
Voor grondverzet: aanleiding F: Toetsing gebruik bodemkwaliteitskaart bij te ontgraven grond en het toepassen van grond
Voor bepaling van veiligheidsklasse: aanleiding G: Opstellen hypothese over bodemkwaliteit bij tijdelijke uitplaatsing en bij overig projectmatig grondverzet ten behoeve van het inschatten van arbeidshygiënische risico’s (zie hoofdstuk 5)
Het vooronderzoek voor het gebruik van de bodemkwaliteitskaart in het kader van grondverzet (aanleiding F) dient op onderstaande vragen een antwoord te geven:
Vallen de werkzaamheden (graven/opslaan/toepassen) volledig binnen de afbakening van de bodemkwaliteitskaart (horizontaal en verticaal)?
Welke bodemkwaliteitsklasse is toegekend aan de bodem in de bodemkwaliteitskaart(en) en welke lagen zijn daarbij onderscheiden?
Is de bodem asbestverdacht?
Is het op basis van de activiteiten, ontgraving of ongewoon voorval aannemelijk dat de bodemkwaliteit ter plaatse is veranderd sinds het vaststellen of actualiseren van de bodemkwaliteitskaart?
Zijn er puntbronnen aanwezig of is ernstige bodemverontreiniging te verwachten binnen het ontgravingsprofiel? (locaties die op voorhand zijn uitgesloten, zijn opgenomen in paragraaf 2.3). Aandachtspunt hierbij is ook de bodemlaag rond de grondwaterstand die verdacht kan zijn op PFAS
Het kan voorkomen dat uit het vooronderzoek volgt dat de bodemkwaliteitskaart gebruikt kan worden, maar dat er tijdens de werkzaamheden afwijkingen worden aangetroffen van hetgeen dat het vooronderzoek heeft uitgewezen (bijvoorbeeld vanwege het waarnemen van oliegeur of aantreffen van bijmenging zoals puin en/of asbestplaatjes). In die gevallen vervalt de geldigheid van de bodemkwaliteitskaart en dient alsnog aanvullend onderzoek te worden uitgevoerd.
Hoofdstuk 4 › Paragraaf 4.2
Artikel 4.2.1
Vooronderzoek
Onderdeel van Nota Bodembeheer regio Noord-Veluwe 25 november 2021