Naar hoofdinhoud
Het eerste preventie- en handhavingsplan alcohol strekte zich uit over de periode 2014 —2018. In die periode voeren de gemeenten voor het eerst de handhavingstaken uit. In 2013 heeft het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) de Tweede Kamer toegezegd met een evaluatie van de DHW te komen. Na de decentralisatie zou er een zichtbare verbetering moeten zijn ontstaan in de problematiek rond alcoholmisbruik bij jongeren. In 2016/2017 1 Kamerstukken 11, 2016/17, 27565, nr. 149. heeft het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport de decentralisatie van de toezichtstaken uit de DHW geëvalueerd. Over het algemeen wordt de overgang van centraal naar decentraal als goed ervaren. Sommige onderdelen van de wet lijken op decentraal niveau niet eenvoudig uitgevoerd of gehandhaafd te kunnen worden. Een voorbeeld hiervan is handhaving van online verkoop (c.q. het thuisbezorgkanaal) van alcohol. Wellicht dat om die reden het toezicht op verkoop van alcohol via internet evenals het verbod op prijsacties, weer gecentraliseerd wordt. In 2014 tot en met 2016 is er door de Friese Waddeneilanden gewerkt met een door een extern bureau ontwikkeld preventiemethodiek. Als onderdeel van deze methodiek zijn er in die periode convenanten met bedrijven afgesloten om zich te conformeren aan deze methodiek. Deze methodiek is vooral ingezet voor het controleren van mogelijke overtredingen met betrekking tot het schenken aan minderjarigen. In deze methodiek is niet gewerkt met het reguliere sanctiebeleid voor wat betreft de leeftijdscontroles. Er werd bijvoorbeeld nog geen bestuursdwang toegepast. In plaats daarvan is er gewerkt met een financiële inleg van de bedrijven. Deze inleg werd aan het einde van de periode aan de bedrijven geretourneerd waarbij de hoogte van de teruggave varieerde afhankelijk van het aantal geconstateerde overtredingen. Deze methode leunde meer op zelfregulering. In 2016 is echter gebleken dat de bovenstaande preventiemethodiek niet verenigbaar was met het wettelijke sanctiesysteem van de Drank- en horecawet. Vanaf 2017 is daarom gewerkt met de reguliere toezicht- en handhavingsmethode die de wet voorschrijft. Het externe bureau dat sinds 2017 het toezicht op de naleving van de DHW uitvoert controleert zowel of de bepalingen over leeftijdsgrenzen worden nageleefd en tevens of aan overige DHW eisen wordt voldaan. In de periode 2014-2017 is de nalevingspercentage gestaag omhoog gegaan: 2014: 62 % 2015: 76% 2016: 77% 2017: 75% Uit deze resultaten blijkt dat de bedrijven minder overtredingen zijn begaan en beter de Drank- en horecawet naleven. De gebruikte preventiemethode heeft daar zeker aan bijgedragen. Daarnaast is gebleken, dat na het overstappen op een andere methode, het nalevingspercentage nagenoeg hetzelfde is gebleven. Voor deze planperiode is het belangrijk om het nalevingspercentage minimaal op het niveau van de afgelopen jaren te houden en om daarnaast te streven naar een percentage van 100%.

Rechtspraak bij dit artikel