Naar hoofdinhoud
3.. Met betrekking tot de onroerende-zaakbelastingen, de reclamebelasting en de riool- en waterzorgheffing die worden geheven van gebruikers van niet-woningen respectievelijk bedrijfsruimten, wordt de aanslag in onderstaande volgorde gesteld ten name van: degene die ook als genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht van het belastingobject wordt aangemerkt degene die het huurcontract van het belastingobject op naam heeft; degene die volgens het handelsregister het langst het adres van het belastingobject als vestigingsadres voert; degene die een nutsvoorziening van het belastingobject op naam heeft; degene die bij de ambtenaar, bedoeld in artikel 232, vierde lid, onderdeel a van de Gemeentewet al als belastingplichtige in de administratie voorkomt; degene die op andere wijze als gebruiker naar voren komt.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel