Wanneer grond wordt toegepast binnen gebieden met bodemfunctie wonen, dient de kwaliteit van de toe te passen partij bekend te zijn. Hiertoe heeft de toepasser verschillende mogelijkheden, zie ook hoofdstuk 6 in de bijlage. Het bewijs van de bodemkwaliteit wordt, zoals gewoonlijk, bij de melding grondverzet gevoegd.
In het geval de kwaliteit van de toe te passen partij voldoet aan de achtergrondwaarden, kan er zonder aanvullende toetsing worden toegepast. In het geval de kwaliteit níet voldoet aan de achtergrondwaarden, dient, vóórdat de partij mag worden toegepast, door het bevoegd gezag te worden getoetst dat de loodconcentratie 90 mg/kg d.s. niet overschrijdt. Indien de maximale bodemloodconcentratie wordt overschreden, kan de partij niet in de contactzone binnen de bodemfunctie wonen worden toegepast.
N.B.: De toetsing aan de bodemloodconcentratie dient plaats te vinden aan de hand van de gemeten loodconcentratie en niet de gecorrigeerde waarde naar standaardbodem op basis van het humus- en lutumgehalten.
Artikel 1.1.3