De gemeente Bergeijk toetst bij de aanvraag van een omgevingsvergunning voor bouwen in bepaalde gevallen of een aanvullend bodemonderzoek ter plaatse van de drupzone van het dak is toegevoegd aan de vergunningsaanvraag. De gemeente toetst aan de volgende eisen:
Er dient voorafgaande aan de sloop van het bouwwerk een asbestonderzoek conform een gepaste strategie van de NEN 5707, van de bovengrond en op de verdachte locatie verricht te zijn, in het geval bij deze aanvraag aan alle drie de volgende eisen wordt voldaan:
Er is aanleiding om aan te nemen dat het dak van het bouwwerk asbesthoudend is;
Er is geen of een niet-functionerende hemelwaterafvoer aanwezig;
Ter plaatse van de drupzone is geen verharding aanwezig.
De resultaten van dit asbestonderzoek zijn gerapporteerd of aangeleverd tezamen met het bodemonderzoek dat bij de aanvraag voor een omgevingsvergunning voor bouwen ingediend wordt.
Het onderzoek zoals genoemd in het voorgaande lid, wordt uitgebreid met een bodemonderzoek conform de NEN 5740 ter plaatse van de drupzone, voor de stofgroep PCB’s. Dit aanvullende bodemonderzoek wordt geëist indien het dak als asbestverdacht is aangemerkt én indien het dak is aangelegd vanaf 1970.
Indien aan de bovenstaande eisen wordt voldaan, neemt de gemeente Bergeijk de vergunningsaanvraag in behandeling.
Hoofdstuk Deel 2: Beleidsregels bodem
Artikel 5.2