Naar hoofdinhoud
Het thema aanpak en beheer van de Japanse duizendknoop wordt binnen de gemeente Bergeijk vormgegeven door het hanteren van het Landelijk protocol omgaan met Aziatische duizendknopen (Aequator Groen & Ruimte, Stichting Probos & Geofoxx milieuexpertise, 2019). In de volgende alinea’s zijn de belangrijkste aspecten van dit protocol opgenomen en wordt aangegeven wat de verplichtingen zijn voor de initiatiefnemer/aannemer. Invasieve exoten zijn zowel planten als dieren, die vanuit het buitenland naar Nederland zijn gekomen door menselijk handelen. Door afwezigheid van natuurlijke vijanden, kunnen ze razendsnel groeien en verspreiden. Door de zeer krachtige groei van met name de wortels treedt schade op in zowel natuurgebieden (verdrukking inheemse flora) en het stedelijk gebied (schade aan infrastructuur, oevers, waterkeringen en funderingen). De plant is namelijk zeer sterk in vegetatieve vermeerdering: losgekomen plantdelen zoals de stengels en de wortels lopen eenvoudig uit wanneer deze in contact komen met grond en vormen een nieuwe plant. Er zijn meerdere soorten Aziatische duizendknopen, welke in dit document aangeduid worden als Japanse duizendknoop. Beheermaatregelen Verspreiding van de Japanse duizendknoop kan voorkomen worden door maatregelen te nemen tijdens (onderhouds-)werkzaamheden op en nabij groeilocaties. Door het herkennen van de Japanse duizendknoop kan een groot deel van de verspreiding voorkomen worden. Indien nieuwe groeiplaatsen worden ontdekt bij werkzaamheden dient dit gemeld te worden bij de gemeente. Bij uitvoering van maaiwerkzaamheden of bij andere (grond)werkzaamheden op groeizones, dienen de uitvoerenden de duizendknoop te kunnen herkennen in het veld. In de gemeente Bergeijk wordt een bekende groeizone van de duizendknoop aangeduid door middel van paaltjes met een geelgekleurde bovenkant. Bij het aantreffen van nieuwe groeilocaties of tijdens (onderhouds-)werkzaamheden kunnen groeiplaatsen in het veld ook tijdelijk gemarkeerd worden door middel van piketpaaltjes, afzetlint of bouwhekken. In dat geval wordt de groeizone achteraf (wederom) met gele paaltjes door de gemeente gemarkeerd. Bij het maaien van groeizones dient het maaisel zeer zorgvuldig te worden verzameld, afgedekt en afgevoerd naar een Erkende Verwerker Invasieve Exoten (zie het register op www.bvor.nl/invasieve-exoten). Na afloop van (maai)werkzaamheden op een groeizone, dient al het materieel (machines, gereedschappen, kleding, etc.) zorgvuldig op locatie schoongeborsteld te worden. Gebruik voor het maaien van duizendknoop bij voorkeur een maai-zuigcombinatie. Een maaibalk met directe afvang, een bosmaaier met zaagblad en handmatig maaien met een zeis zijn ook toegestaan. Klepelen is ongeschikt en niet toegestaan omdat hierbij versnippering optreedt. Grond waarin de Japanse duizendknoop aanwezig is en grond binnen een bufferzone van 2 meter rondom de groeizone, wordt in principe niet verplaatst om zo verspreiding te voorkomen. Indien deze grond toch verplaatst moet worden, dan is dit uitsluitend mogelijk onder de volgende voorwaarden: Grond ter plaatse van de groeizone van de Japanse duizendknoop én binnen 2 meter rondom de groeizone wordt zorgvuldig verplaatst naar een apart ingericht depot; Het depot wordt van het maaiveld gescheiden door middel van geotextiel; Het depot wordt aan het eind van de dag overdekt met geotextiel om verwaaiing te voorkomen. Het verwerken van de grond is niet toegestaan bij harde wind (Beaufort 7 of hoger); Het depot wordt duidelijk gemarkeerd; Betrokken machines worden bij verlaten van de groeizone/depot op de groeizone of boven het depot schoongeborsteld. Verspreiding van plantenresten moet worden voorkomen. De vrijgekomen grond van een groeilocatie van de Japanse duizendknoop kan uitsluitend onder de volgende voorwaarden binnen de grenzen van de gemeente Bergeijk worden toegepast: Op dezelfde locatie tenzij er voor volledige verwijdering van de groeizone gekozen is; Onder minimaal 3 meter grond. Op deze diepte raken de wortels verstikt, waardoor ze uitsterven; Na een thermische behandeling gericht op het steriliseren van de grond; Afgedekt voor minimaal 3 jaar onder een stevig folie met daarop een laag grond van minimaal 30 cm; Indien na toepassing wordt behandeld met glyfosaat (Roundup). Hierbij dienen opkomende scheuten te worden geïnjecteerd met glyfosaat tijdens de groeiperiode. De behandeling dient over het algemeen meerdere keren te worden herhaald. Bedrijven en beheerders dienen voor het gebruik van glyfosaat een ontheffing aan te vragen bij het Ctgb (College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden). Indien een initiatiefnemer een andere behandelmethode wil toepassen om duizendknoop uit de partij te verwijderen dan de hierboven genoemde methodes, dient overleg plaats te vinden tussen het bevoegd gezag en de initiatiefnemer.

Rechtspraak bij dit artikel