Er kan volgens het Bor een afwijking worden verleend voor een bijbehorend bouwwerk of uitbreiding daarvan, mits, voor zover gelegen buiten de bebouwde kom, wordt voldaan aan de volgende eisen:
niet hoger dan 5 meter, tenzij sprake is van een kas of bedrijfsgebouw van lichte constructie ten dienste van een agrarisch bedrijf,
de oppervlakte niet meer dan 150 m².
De enige voorwaarde is dat het aantal woningen niet toeneemt, tenzij het huisvesting betreft in verband met mantelzorg. Dit is geregeld in artikel 5, onderdeel 1, bijlage II van het Bor.
Beleidsregel bijbehorend bouwwerk binnen de bebouwde kom
Bij woningen én bij hoofdgebouwen gelegen op bedrijventerreinen:
Aan aanvragen bij woningen én bij hoofdgebouwen gelegen op bedrijventerreinen die in strijd zijn met een bestemmingsplan, maar in overeenstemming zijn met de standaardregels wordt medewerking verleend.
In de standaardregels zijn de meest recente planologische inzichten geregeld over hetgeen ruimtelijk aanvaardbaar is. Er is daarom reden om niet verder af te wijken dan de standaardregels. Voor aanvragen die passen binnen de standaardregels ligt medewerking voor de hand.
Bij andere hoofdgebouwen:
Onder andere hoofdgebouwen kunnen worden verstaan: scholen, winkels, hotels, kantoren e.d. Vanwege de diversiteit aan functies die voor een planologische afwijking in aanmerking komen en vanwege de verspreide ligging van deze andere hoofdgebouwen binnen de gemeente, is het niet mogelijk en niet gewenst voor dergelijke uitbreidingen een algemeen toetsingskader op te stellen. Per concrete aanvraag zal worden bepaald of een uitbreiding wel of niet past binnen het beleid van de gemeente.
Bijbehorende bouwwerken op de bestemming “tuin”
Tuinhuis/overkapping/prieel:
Met toepassing van artikel 4, onderdeel 1 bijlage II Bor kan vergunning worden verleend voor het bouwen van één tuinhuis/overkapping/prieel op de bestemming “tuin” mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden:
bouwhoogte niet hoger dan 2,50 meter;
maximaal 25% van de bestemming “tuin” mag worden bebouwd met een maximum van
20 m² (tuinbestemming gerekend vanaf de voorgevel van de woning. Brandgangen en voortuinen niet meegerekend);
de gezamenlijke oppervlakte van alle bijbehorende bouwwerken mag niet meer bedragen dan het maximum aantal m2 dat is opgenomen voor bijbehorende bouwwerken in het betreffende bestemmingsplan voor de bestemming “wonen” ;
het tuinhuis/de overkapping/het prieel dient achter een perceel- of erfafscheiding gebouwd
te worden;
het tuinhuis/de overkapping/het prieel dient achter het verlengde van de voorgevel van de woning te worden gebouwd.
Andere bijbehorende bouwwerken:
Per aanvraag zal worden beoordeeld of de plaatsing van het betreffende bijbehorende bouwwerk past binnen het beleid van de gemeente en zijn omgeving. De gezamenlijke oppervlakte van alle bijbehorende bouwwerken mag in ieder geval niet meer bedragen dan het maximum aantal m2 dat is opgenomen voor bijbehorende bouwwerken in het betreffende bestemmingsplan voor de bestemming “wonen”.
Beleidsregel bijbehorend bouwwerk buiten de bebouwde kom
Bij bedrijfswoningen én bij burgerwoningen (bijgebouwen en overkappingen):
De totale oppervlakte van alle bijbehorende bouwwerken voor particuliere doeleinden bij een bedrijfswoning of bij een burgerwoning op de bestemming “wonen” en “tuin” mag gezamenlijk niet meer bedragen dan 150 m², waarvan maximaal 20 m2 mag worden gebouwd op de bestemming “tuin”, mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden:
de hoogte van een bijbehorend bouwwerk mag niet meer bedragen dan 5 meter;
de afstand van bijbehorende bouwwerken tot de perceelsgrenzen met derden mag niet minder bedragen dan 5 m.
Het vergroten van de inhoud van de woning blijft bij deze oppervlaktebepaling buiten beschouwing.
Bijbehorende bouwwerken buiten het achtererfgebied vergen een bijzondere afweging.
Het college vindt de genoemde 150 m² maximaal ruimtelijk aanvaardbaar voor particuliere doeleinden en voldoende voor huishoudelijk gebruik.
Bij andere hoofdgebouwen:
Onder andere hoofdgebouwen kan onder andere worden verstaan: agrarische bebouwing. Vanwege de diversiteit aan functies die voor een planologische afwijking in aanmerking komen en vanwege de verspreide ligging van deze andere hoofdgebouwen binnen de gemeente, is het niet mogelijk en niet gewenst voor dergelijke uitbreidingen een algemeen toetsingskader op te stellen. Per concrete aanvraag zal worden bepaald of een uitbreiding wel of niet past binnen het beleid van de gemeente.
Hoofdstuk 3.
Artikel 3.1
Bijbehorend bouwwerk, artikel 4, onderdeel 1
Onderdeel van Beleidsregels planologische afwijkingsmogelijkheden artikel 4 Bijlage II Bor