**1..** De in artikel 232, vierde lid, onderdeel a van de Gemeentewet bedoelde ambtenaar legt een voorlopige aanslag op, indien het bedrag waarop de aanslag vermoedelijk zal worden vastgesteld, na verrekening van voorheffingen en reeds opgelegde voorlopige aanslagen, zulks naar zijn mening rechtvaardigt.
**2..** Het bedrag van een voorlopige aanslag die wordt vastgesteld in het tijdvak waarover de belasting wordt geheven, dan wel na het tijdstip waarop de belastingschuld is ontstaan, wordt voor de toeristenbelasting bepaald op grond van de gegevens die hebben gediend ter vaststelling van de meest recente belastingaanslag, met dien verstande dat daarbij op benaderende wijze rekening is gehouden met wijzigingen in de wettelijke bepalingen die voor de heffing van toeristenbelasting van belang kunnen zijn. Ingeval de belastingplichtige aannemelijk maakt dat het bedrag waarop de aanslag vermoedelijk zal worden vastgesteld, dan wel is vastgesteld, lager is dan het op de voet van de vorige volzin berekende bedrag, wordt de voorlopige aanslag gesteld op dit lagere bedrag.
**3..** Een voorlopige aanslag toeristenbelasting wordt niet vastgesteld voor 1 mei van het belastingjaar waarop de voorlopige aanslag betrekking heeft.
Artikel 4
- Voorlopige aanslag
Onderdeel van Beleidsregel Uitvoering gemeentelijke belastingen Harderwijk 2022