Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 4.

BEGROTEN

Onderdeel van Financiële verordening 2022

4.1.. De raad autoriseert met het vaststellen van de begroting de lasten en de baten per programma en thema. 4.2.. Bij de uiteenzetting van het financieel meerjarenbeeld van de begroting wordt het investeringsvolume voor het begrotingsjaar en voor de jaren daarna opgenomen. 4.3.. Bij het vaststellen van de begroting autoriseert de raad als uitgangspunt alle investeringskredieten voor bedrijfsmiddelen, vervanging en alle overige investeringen < € 1 miljoen behoudens de investeringen waarvan zij hebben aangegeven op een later tijdstip een apart voorstel te willen ontvangen. 4.4.. Begrotingswijzigingen worden tegelijkertijd met het voorstel aan de raad voorgelegd. Er zijn twee mogelijkheden voor het wijzigen van de begroting: Wijzigingen bij het afzonderlijke bestuursvoorstel: Wijzigingen als gevolg van raadsbesluiten. Wijzigingen zoals aangegeven in de tussentijdse rapportage die onderdeel uitmaakt van de financiële beleidscyclus. Wijzigingen welke verzameld bij de bestuursrapportage of slotwijziging worden aangeboden: Wijzigingen als gevolg van collegebesluiten, zoals de inzet van de post onvoorzien. Technische wijzigingen: hierbij is geen sprake van een wijziging in het beleid, maar gaat het om het formaliseren van administratieve aanpassingen. 4.5.. Voor investeringen in de loop van het begrotingsjaar die niet bij de begrotingsvaststelling zijn gevoteerd, legt het college voorafgaand aan het aangaan van verplichtingen een investeringsvoorstel inclusief een voorstel voor het voteren van een investeringskrediet aan de raad voor. 4.6.. Voor het bepalen van het structureel begrotingssaldo is inzicht in de incidentele baten en lasten benodigd. Bij het bepalen van de incidentele baten en lasten wordt een ondergrens gehanteerd van € 100.000.

Rechtspraak bij dit artikel