Naar hoofdinhoud

Artikel 4

De te subsidiëren activiteiten

Onderdeel van Subsidieregeling Meedoen en maatschappelijke participatie

1.. Subsidie kan worden verleend voor: a.. de exploitatie van activiteiten die bijdragen aan de onder artikel 2 genoemde doelstelling; b.. de activiteiten die bijdragen aan de deskundigheidsbevordering van vrijwilligers die zich inzetten ten behoeve van activiteiten die bijdragen aan de in artikel 2 genoemde doelstelling; c.. de kosten van oprichting van een vrijwilligersorganisatie; d.. taalaanbod, welke bijdraagt aan de onder artikel 2 genoemde doelstelling. 2.. Een waarderingssubsidie kan worden verstrekt aan vrijwilligersorganisaties die activiteiten ontplooien die bijdragen aan de in artikel 2 genoemde doelstelling. 3.. De subsidie, zoals bedoeld in het eerste lid, onderdeel a wordt als een jaarlijkse of eenmalige subsidie verleend. 4.. De subsidie, zoals bedoeld in het eerste lid, onderdelen b, c, d wordt als een eenmalige subsidie verleend. Artikel 5 Subsidievereisten 1.. Om in aanmerking te komen voor een subsidie als bedoeld in artikel 4, eerste lid onderdeel a wordt voldaan aan de volgende vereisten: a.. de activiteiten zijn gericht op: •. ontmoeting en dialoog; of •. ontplooiing; of •. ontspanning; of •. advies, ondersteuning en informatie. b.. Onderstaande activiteiten zijn uitgezonderd van subsidie: •. verteer, verteerjubilea, feesten etc; •. excursies, uitstapjes, etc; •. bezoek aan theater, bioscoop etc. c.. Voor deelname aan de activiteiten dient een deelnemersbijdrage te worden gevraagd; d.. De activiteiten vinden plaats in Eindhoven ten behoeve van inwoners uit Eindhoven. 2.. Om in aanmerking te komen voor een subsidie zoals bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel b, wordt voldaan aan de volgende vereisten: a.. de vrijwilligers zetten zich in voor Eindhovenaren; b.. de bekwaamheden en deskundigheid worden ingezet binnen een vrijwilligersorganisatie, gevestigd in Eindhoven; c.. de activiteiten worden daar waar mogelijk ingekocht bij gemeentelijke (gesubsidieerde) instellingen die een aanbod hebben voor deskundigheidsbevordering van vrijwilligers. 3.. Een subsidie als bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel c, wordt verleend aan een vrijwilligersorganisatie in oprichting, die zich inzet voor de onder artikel 2 genoemde doelstelling. 4.. Om in aanmerking te komen voor een subsidie zoals bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel d, wordt voldaan aan de volgende vereisten: a.. de taalactiviteiten zijn gericht op: verhoging van de Nederlandse taal en integratie in de maatschappij; b.. onderstaande activiteiten zijn uitgezonderd van subsidie: c.. verteer, verteerjubilea, feesten etc; d.. excursies, uitstapjes, etc; e.. bezoek aan theater, bioscoop etc. f.. voor deelname aan de activiteiten wordt een deelnemersbijdrage gevraagd, die in een geldelijke bijdrage wordt uitgedrukt of in een andere vorm tot uiting komt, zoals maatschappelijke inzet van de cursist in de wijk of stad; g.. deelname aan het taalaanbod is per cursist maximaal 18 maanden, waarna de vrijwilligersorganisatie de cursist laat doorstromen naar een hoger/cognitiever taalaanbod, of zoekt naar een alternatief wanneer vooral ontmoeting en participatie centraal staat. h.. de activiteiten vinden plaats in Eindhoven ten behoeve van inwoners uit Eindhoven. 5.. Om in aanmerking te komen voor een eenmalige subsidie zoals bedoeld in artikel 4, tweede lid, wordt voldaan aan de volgende vereisten: a.. slechts vrijwilligersorganisaties die in aanmerking komen voor jaarlijkse subsidie als bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel a komen in aanmerking voor deze subsidie voor waarderingsubsidie; b.. de subsidie is ter waardering van vrijwilligers die zich inzetten voor de in artikel 2 genoemde doelstelling; c.. de subsidie mag niet worden benut voor reeds gesubsidieerde activiteiten; d.. de subsidie wordt rechtstreeks ten behoeve van de vrijwilligers ingezet en wordt niet direct dan wel indirect ten behoeve van de organisatie gebruikt.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel