Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4.

Artikel 4.2

Algemene beginselen van het aanbestedingsrecht

Onderdeel van Inkoop- en aanbestedingsbeleid Gemeente Druten, Gemeente Wijchen en de Werkorganisatie Druten Wijchen

De WDW neemt bij het verstrekken van opdrachten de volgende algemene beginselen van het aanbestedingsrecht, die allen gericht zijn op een vrij verkeer van diensten en goederen en gelijke behandeling van ondernemers, in acht: Gelijkheidsbeginsel (non discriminatie): Discriminatie op grond van nationaliteit of herkomst van producten is niet toegestaan. Aanbestedende diensten behandelen gegadigden op gelijke wijze Transparantie: De gevolgde procedure moet navolgbaar (en dus controleerbaar) zijn. Dit is een logisch uitvloeisel van het beginsel van gelijke behandeling. Zorgvuldige en oplettende inschrijvers moeten weten waar ze aan toe zijn; Objectiviteit: Alle keuzes die de WDW maakt bij een aanbesteding (keuze van de aanbestedingsprocedure, keuze van de leverancier) dienen objectief gemaakt en gemotiveerd te worden. Ook de te stellen eisen en criteria moeten zo objectief mogelijk zijn; Proportionaliteit (evenredigheid): De gestelde eisen, (contract)voorwaarden en criteria aan de inschrijvers mogen niet onevenredig zijn in verhouding tot het onderwerp van de opdracht. In de Gids proportionaliteit die als bijlage onderdeel uitmaakt van de Aanbestedingswet is vastgelegd welke eisen en criteria proportioneel worden geacht. Van de Gids proportionaliteit mag slechts worden afgeweken als de aanbestedende dienst motiveert dat de betreffende afwijking in het specifieke geval proportioneel is. De WDW conformeert zich aan de aanbestedingswet en de Gids proportionaliteit; Motiveringsbeginsel: brengt met zich mee dat de motivatie van de instantie waarvan de handeling afkomstig is, duidelijk en ondubbelzinnig tot uitdrukking moet worden gebracht zodat belanghebbenden kennis kunnen nemen van de rechtvaardigheidsgronden van de genomen maatregelen en zij hun rechten kunnen verdedigen; Wederzijdse erkenning: Diensten en goederen van ondernemingen uit andere lidstaten van de Europese Unie moeten worden toegelaten voor zover deze op gelijkwaardige wijze kunnen voorzien in de behoefte van de WDW.

Rechtspraak bij dit artikel