Naar hoofdinhoud
Binnen de aanbestedingsregelgeving onderscheiden we de volgende aanbestedingsprocedures9Betreft de meest gehanteerde aanbestedingsprocedures.: Europese aanbestedingsprocedure: boven de Europese drempelbedragen zullen we in beginsel Europees aanbesteden, tenzij dit in een bepaald geval niet nodig is op grond van de geldende wet- en regelgeving; Nationale aanbestedingsprocedure: onder de Europese drempelbedragen zullen we – bijvoorbeeld in geval van een ‘duidelijk grensoverschrijdend belang’ – in beginsel nationaal aanbesteden door voorafgaand aan de opdrachtverlening een aankondiging op TenderNed te plaatsen; Meervoudig onderhandse procedure: onder de Europese drempelbedragen vragen we – indien géén sprake is van een ‘duidelijk grensoverschrijdend belang’ – minimaal drie leveranciers een offerte tenzij een enkelvoudig onderhandse procedure mogelijk is; Enkelvoudig onderhandse procedure: we vragen één leverancier een offerte. Het gebruik van de meervoudig onderhandse procedure biedt door concurrentiestelling een waarborg voor het verkrijgen van een levering, dienst of werk met een goede prijs/kwaliteitverhouding. Daartegenover staat dat ondernemers die inschrijven op een meervoudig onderhandse procedure daarbij offertekosten maken zonder de garantie dat deze kosten kunnen worden terugverdiend. Ook voor de WDW is het uitvoeren van een meervoudig onderhandse procedure een bewerkelijk traject, door onder andere het opstellen van de offerteaanvraag, het beoordelen van de offertes en het motiveren van de gunningsbeslissing. Voor opdrachten voor leveringen en diensten met een waarde onder de € 50.000 en voor werken onder de € 150.000 geldt dat de argumenten voor het vragen van meerdere offertes in het algemeen niet opwegen tegen de lasten die voor ondernemers en voor ons voortvloeien uit het organiseren van een procedure met meerdere inschrijvers. Het Inkoopbeleid sluit hiermee aan bij de Gids Proportionaliteit die stelt dat voor kleine opdrachten (lees: opdrachten onder de € 50.000 voor leveringen en diensten en onder de € 150.000 voor werken) de enkelvoudig onderhandse procedure in algemene zin de meest aangewezen procedure lijkt. Voor opdrachten daarboven tot de Europese drempelwaarde geldt dat de grote waarde van de opdracht rechtvaardigt dat meer leveranciers zich inschrijven. Om ook hier een balans te houden met de lasten die dit voor ondernemers met zich meebrengt, geldt de meervoudig onderhandse procedure hier als het meest aangewezen (en voor werken boven de € 3.000.000 de nationale aanbestedingsprocedure). De WDW past in beginsel voor Diensten en Leveringen de volgende procedures toe: Aanbestedingsprocedure Leveringen en Diensten Europese aanbestedingsprocedure Vanaf het drempelbedrag Nationale aanbestedingsprocedure Tot het drempelbedrag (indien er sprake is van duidelijk grensoverschrijdend belang) Meervoudige onderhandse procedure ≥ € 50.000 - drempelbedrag (zonder duidelijk grensoverschrijdend belang) Enkelvoudige onderhandse procedure < € 50.000 Tabel 4. Procedures Leveringen en Diensten De WDW past in beginsel voor Werken de volgende procedures toe: Aanbestedingsprocedure Werken Europese aanbestedingsprocedure Vanaf het drempelbedrag Nationale aanbestedingsprocedure ≥ € 3.000.000 – drempelbedrag < € 150.000 (indien er sprake is van duidelijk grensoverschrijdend belang) Meervoudige onderhandse procedure ≥ € 150.000 - < € 3.000.000 (zonder duidelijk grensoverschrijdend belang) Enkelvoudige onderhandse procedure < € 150.000 Tabel 5. Procedures Werken De drempelbedragen worden tweejaarlijks door de Europese Commissie vastgesteld. Indien deze worden gewijzigd zal de WDW de nieuwe aanbestedingsdrempels toepassen bij de aanbestedingstrajecten. De drempelbedragen zijn te vinden op drempelbedragen Europees Aanbesteden

Rechtspraak bij dit artikel