Naar hoofdinhoud

Artikel 3.

Voorwaarden

Onderdeel van Beleidsregel briefadres gemeente Teylingen 2017

1.. De aangifte wordt gedaan in de gemeente waar het briefadres zich bevindt. 2.. De briefadresgever en de briefadresaanvrager moeten in persoon op het gemeentehuis verschijnen en moeten zich kunnen identificeren. In geval van art. 2.2, 2.3 en 2.4. hoeft men niet in persoon te verschijnen bij Burgerzaken. 3.. De aanvrager is verplicht om bij de aangifte tot briefadres alle benodigde stukken te overleggen. 4.. Onder benodigde stukken als bedoeld in het derde lid wordt in ieder geval verstaan: Een volledig ingevuld en ondertekend formulier aangifte briefadres; Een geldig identiteitsbewijs van de aanvrager; Een geldig identiteitsbewijs en een schriftelijke verklaring van instemming van degene bij wie het briefadres wordt gehouden (ook instemmen met het feit dat hij de stukken in ontvangst neemt en ervoor zorgt dat de stukken de briefadreshouder bereiken). 5.. In geval van artikel 2, lid 1 onder a moet een verklaring van begeleiding van een hulpverlenende instantie worden overlegd. 6.. Aan het houden van een briefadres kan een onderzoek vooraf gaan als de reden voor het briefadres een van de redenen is genoemd in artikel 2, lid 1. 7.. De briefadresgever die als ingezetene in de gemeentelijke basisadministratie ingeschreven staat, kan maximaal twee briefadressen op zijn woonadres verstrekken, aan twee alleenstaanden of twee gezinshuishoudens. 8.. Artikel 3, lid 2 is niet van toepassing indien er een briefadres wordt gevraagd bij een instantie, welke is aangewezen op grond van art. 2.40 van de wet BRP, juncto artikelen 17 t/m 19 Regeling BRP.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel