**1..** In deze verordening wordt verstaan onder:
de wet: Wet op de huurtoeslag
rechthebbende: de persoon die:
huurder van een zelfstandige woning zoals bepaald in artikel 1 onder k van de wet en;
23 jaar of ouder is en;
een huurtoeslag en/of een woonkostentoeslag voor huurders ontvangt en;
als rechthebbende met alle eventuele medebewoners ingeschreven staat in de Basisregistratie Personen (BRP) van de gemeente op het adres, waarvoor subsidie aangevraagd of ontvangen wordt.
inkomen: het voor de huurtoeslag van toepassing zijnde rekeninkomen tot een voor het Woonlastenfonds bepaalde maximale hoogte.
vermogen: het vermogen zoals is vastgelegd in artikel 34 van de Participatiewet tot een voor het Woonlastenfonds bepaalde maximale hoogte.
rekenhuur: de huur voor een zelfstandige woning samen met het deel van de kosten, zoals genoemd in artikel 5 van de wet, welk voor huurtoeslag in aanmerking komt.
basishuur: het gedeelte van de rekenhuur dat voor rekening van de huurder blijft.
**2..** De begripsbepaling in deze verordening van een:
eenpersoonshuishouden;
meerpersoonshuishouden;
eenpersoonsouderenhuishouden;
meerpersoonsouderenhuishouden;
is gelijk aan die in artikel 2 van de wet.