**1..** Het in artikel 4, eerste lid, bedoelde mandaat komt de gemandateerde slechts toe, voor zover de uitoefening van de bevoegdheid overeenstemt met de taken en verantwoordelijkheden van de organisatie-eenheid c.q. het taakveld waarbinnen de medewerker werkzaam is.
**2..** Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voor medewerkers met een leidinggevende functie.
**3..** De gemandateerde is niet bevoegd om in mandaat te besluiten, indien:
het voorgenomen besluit een afwijking zou inhouden van het bestaande beleid, vastgestelde richtlijnen en/of voorschriften;
het voorgenomen besluit een overschrijding van een budget of krediet tot gevolg heeft dan wel een groot financieel risico met zich brengt;
het voorgenomen besluit dusdanige gevolgen heeft voor de rechtspositie van meerdere medewerkers dat besluitvorming door het college vereist is, of wanneer het de rechtspositie van de gemeentesecretaris betreft;
een lid van het bestuursorgaan, het (cluster)hoofd of de teamleider van de gemandateerde, dan wel de directeur daarboven, heeft aangegeven dat hij het voorstel aan de mandaatgever wenst voor te leggen;
de mandaatgever heeft aangegeven zelf te willen besluiten;
het een voordracht voor of benoeming van personen op grond van een wettelijk voorschrift betreft anders dan het aangaan van een dienstverband;
het een besluit betreft waarmee algemeen verbindende voorschriften, beleidsregels of beleid wordt vastgesteld dan wel anderszins bevoegdheden betreft waarvoor in de Algemene wet bestuursrecht of in enig ander wettelijk voorschrift is bepaald dat mandaat niet kan worden verleend;
aan het voorgenomen besluit mogelijkerwijs politieke consequenties zijn verbonden dan wel dat dit precedentwerking tot gevolg kan hebben;
indien het voorgenomen besluit kan leiden tot bestuurlijke afbreuk;
indien het voorgenomen besluit anderszins aanmerkelijke (financiële) invloed heeft of zou kunnen hebben op regionaal of plaatselijk niveau;
het een besluit betreft tot verlening van een spoedeisende of incidentele subsidie als bedoeld in artikel 4:23, derde lid onderdeel a en d, van de Algemene wet bestuursrecht;
het een beslissing op bezwaar betreft waarin afgeweken wordt van het advies van de adviescommissie als bedoeld in artikel 7:13 van de Algemene wet bestuursrecht.
**4..** Mandaat voor het nemen van besluiten die betrekking hebben op of raakvlakken hebben met de openbare ordebevoegdheid van de burgemeester, bestaat slechts voor zover zij specifiek is benoemd in bijlage 1 ‘Openbare orde bevoegdheden burgemeester’.
**5..** Mandaat voor het nemen van besluiten die geldelijke verplichtingen met zich meebrengen bestaat slechts voor zover de betreffende medewerkers daartoe bevoegd zijn op grond van de budgethoudersregeling.
De bevoegdheid om te besluiten overeenkomsten aan te gaan tot verkoop van onroerend goed dan wel enige andere rechtshandeling te verrichten ten aanzien van onroerende goederen (waaronder in ieder geval het aangaan van gebruiksovereenkomsten, verhuurovereenkomsten, exploitatieovereenkomsten en overeenkomsten tot het vestigen van een beperkt recht), bestaat ongeacht de waarde die de overeenkomst vertegenwoordigt. De budgethoudersregeling is hier niet van toepassing. Dit laat onverlet de overige voorwaarden en uitzonderingen genoemd in deze regeling.
**6..** Mandaat voor het nemen van besluiten ter afhandeling van klachten als bedoeld in hoofdstuk 9 van de Algemene wet bestuursrecht, bestaat voor de functionarissen zoals beschreven in de klachtenprocedure.
**7..** Mandaat voor het nemen van beslissingen ten aanzien van personele aangelegenheden wordt verleend aan het hoofd van de medewerker die het betreft, diens vervanger of de directeur daarboven, met uitzondering van:
het toekennen van een 40-urige werkweek als bedoeld in artikel 5.1, tweede lid Cao Gemeenten;
het vergoeden van de kosten van een individuele opleiding en/of ontwikkeltraject > € 5.000;
het verlenen van ontslag aan een werknemer op staande voet als bedoeld in artikel 7:677 van het Burgerlijk Wetboek;
het verlenen van ontslag aan een werknemer wegens ernstig verwijtbaar handelen of nalaten als bedoel in artikel 7:669, derde lid, van het Burgerlijk Wetboek;
het verlenen van ontslag aan een werknemer om bedrijfseconomische redenen als bedoel in artikel 7:669, derde lid en onder a, van het Burgerlijk Wetboek;
het opleggen van een geldboete aan een werknemer als bedoeld in artikel 7:650 van het Burgerlijk Wetboek;
het opleggen van een verbod aan een werknemer;
het schorsen van een werknemer als bedoel in artikel 11.4 Cao Gemeenten;
een beslissing op basis van een sociaal statuut of sociaal plan;
een beslissing op het gebied van functiewaardering als bedoeld in artikel 3.1 Cao Gemeenten.
In deze situaties beslist de directie.
**8..** Mandaat voor het nemen van besluiten op bezwaarschriften, die gericht zijn tegen besluiten van het bestuur wordt slechts verleend in die gevallen waarin niet wordt afgeweken van het advies van de adviescommissie als bedoeld in artikel 7:13 van de Algemene wet bestuursrecht.
**9..** Mandaat tot het beslissen op bezwaar of op een verzoek in te stemmen met rechtstreeks beroep bij de bestuursrechter als bedoeld in artikel 7:1a van de Algemene wet bestuursrecht wordt niet verleend aan degene die het besluit waartegen het bezwaar zich richt, krachtens mandaat heeft genomen.
**10..** Het opleggen van een bestuurlijke boete als bedoeld in artikel 5:53 van de Algemene wet bestuursrecht kan niet in mandaat worden gedaan door degene die van de overtreding een rapport of proces-verbaal heeft opgemaakt.