**1..** Een aanvullende maatwerkvoorziening voor vervoer kan toegekend worden aan een jeugdige die beschikt over een maatwerkvoorziening voor jeugdhulp. Hierbij gelden de volgende aanvullende criteria:
er is sprake van een medische noodzaak of beperkingen in de zelfredzaamheid bij de jeugdige;
het betreft vervoer van of naar een jeugdhulplocatie direct voorafgaand en/of aansluitend aan de maatwerkvoorziening voor jeugdhulp
de aanbieder biedt geen eigen vervoersregeling aan;
er bestaat geen recht op vervoer door middel van de voorliggende voorziening leerlingenvervoer voor (een deel van) het vervoer naar de jeugdhulplocatie;
de belemmering in de vervoerssituatie levert een risico op dat de jeugdige niet kan beschikken over de noodzakelijke jeugdhulp.
**2..** Bij de afweging ten aanzien van de goedkoopst passende voorziening als bedoeld in artikel 6 lid 3 van de Verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp gemeente Maasgouw 2020, hanteert het college onderstaande volgorde:
De jeugdige is in staat zelfstandig of onder begeleiding van ouders of het sociale netwerk naar de jeugdhulplocatie te fietsen.
De jeugdige is in staat zelfstandig of onder begeleiding van ouders of het sociale netwerk met het openbaar vervoer naar de jeugdhulplocatie te reizen.
De ouders of het sociaal netwerk vervoeren de jeugdige met gemotoriseerd eigen vervoer
De aanbieder is in staat de jeugdhulp te leveren op het verblijfadres van de jeugdige of op een locatie die wel zelfstandig, al dan niet onder begeleiding van ouders of het sociaal netwerk, door de jeugdige kan worden bereikt.
Pas als naar het oordeel van het college een jeugdige niet op een van de hiervoor beschreven wijzen de jeugdhulplocatie kan bereiken, kan een maatwerkvoorziening voor vervoer in de vorm van aangepast vervoer toegekend worden.
**3..** Voor vervoer dat vanwege een medische noodzaak bij de jeugdige redelijkerwijs niet door ouders of het sociaal netwerk kan worden geboden of waarbij ouders of het sociaal netwerk niet beschikken over het benodigde vervoersmiddel, de benodigde medische apparatuur of de benodigde medische of verpleegkundige vaardigheden, kan een aanvullende maatwerkvoorziening voor vervoer in de vorm van aangepast vervoer worden toegekend mits geen sprake is van een voorliggende voorziening.
**4..** De aanvullende maatwerkvoorziening voor vervoer wordt toegekend vanaf de datum dat de jeugdhulp start, dan wel vanaf de datum van ontvangst van de aanvraag voor zover het vervoer al feitelijk is gestart.
**5..** Een maatwerkvoorziening voor vervoer kan als volgt worden toegekend:
Een vergoeding voor het gebruik van openbaar vervoer en begeleiding indien sprake is van bovengebruikelijke kosten voor vervoer naar of vanaf een jeugdhulplocatie.
Een vergoeding voor het gebruik van eigen gemotoriseerd vervoer, als sprake is van bovengebruikelijke kosten voor vervoer naar of vanaf een jeugdhulplocatie.
Aangepast vervoer.
Waarbij een combinatie mogelijk is.
**6..** Geen maatwerkvoorziening voor vervoer wordt toegekend als de afstand voor een enkele reis naar de jeugdhulplocatie minder dan 6 kilometer bedraagt volgens de ANWB routeplanner voor de kortste reis, ongeacht het vervoersmiddel of de route die feitelijk wordt gebruikt.
**7..** De gebruikelijke vervoerskosten zijn bepaald op € 30 per maand. Een vergoeding als bedoeld in lid 5 sub a en b wordt als volgt berekend:
Openbaar vervoer: Werkelijke kosten voor openbaar vervoer per maand – minus € 30 gebruikelijke kosten. Tot de werkelijke kosten behoren zowel de kosten voor het openbaar vervoer van de jeugdige als de kosten voor het openbaar vervoer van de begeleider voor de vervoersbewegingen waarbij de jeugdige aanwezig is. In overleg met de verwijzer wordt binnen de mogelijkheden de optimale route bepaald en vervolgens de minimale kosten voor deze route (bijvoorbeeld een U-pas, maand- of jaarkaart).
Eigen gemotoriseerd vervoer: Aantal contactmomenten jeugdhulp x aantal kilometers x kilometervergoeding conform tarief belastingdienst (€0,19) – minus € 30,- gebruikelijke kosten.