Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 3.12

Wanneer wordt toepassing gegeven aan de inkomstenvrijlating

Onderdeel van Beleidsregels Participatiewet Het Hogeland 2020

Een bijstandsgerechtigde kan tijdens iedere bijstandsperiode gebruik maken van een inkomstenvrijlating (artikel 31 lid 2 sub n PW). Deze vrijlating gaat van start op het moment dat belanghebbende tijdens de uitkering voor het eerst inkomsten uit arbeid gaat ontvangen waarbij er nog wel een beroep gedaan moet worden op een aanvullende uitkering. Het is aan het college om te bepalen: of deze functie de kansen op volledige uitstroom van belanghebbende vergroot. Criteria voor beoordeling inkomstenvrijlating De arbeid draagt bij aan de arbeidsinschakeling van betrokkene Ontvangen van algemene bijstand Nog niet de pensioengerechtigde leeftijd heeft bereikt De vrijlating bedraagt 25% van de inkomsten met een maximum van € 211,-- per maand gedurende max 6 maanden. De periode van maximaal 6 maanden hoeft niet aaneengesloten te zijn. De vrijlating kan daarom voor verschillende periodes van arbeidsinkomsten worden ingezet. Als inkomsten uit arbeid gedurende bijvoorbeeld 3 maanden zijn vrijgelaten dan resteert een toekomstige vrijlatingsperiode van maximaal 3 maanden. In geval van nieuwe arbeidsinkomsten kan de resterende vrijlatingsperiode dus herleven totdat in totaal maximaal 6 maanden is bereikt. Op deze wijze worden bijstandsgerechtigden gestimuleerd tijdelijk werk te aanvaarden dat korter dan 6 maanden duurt. Het recht op inkomstenvrijlating bestaat tijdens de bijstandsverlening slechts 1 keer per (uitkerings)periode. Wanneer belanghebbende na een onderbreking wederom een bijstandsuitkering ontvangt dan heeft hij nogmaals recht op de volledige inkomensvrijlating (bron Schulinck). In geval van gehuwden/samenwonenden geldt er een afzonderlijke inkomstvrijlatingsperiode voor iedere partner. Alleenstaande ouders hebben recht op een aanvullende vrijlating nadat zij gebruik hebben gemaakt van de reguliere inkomstenvrijlating van 6 maanden. Deze periode geldt maximaal 30 maanden aaneengesloten. De inkomsten worden vrijgelaten tot 12,5% met een maximum van € 131,58 per maand.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel