Naar hoofdinhoud

14

Artikel 14.3

Afspraken met cliënt over de gevolgen van het niet nakomen/ voortijdig afbreken van een reïntegratie

Onderdeel van Beleidsregels Participatiewet Het Hogeland 2020

Een inwoner die PW-, IOAW-, IOAZ-uitkering ontvangt is gehouden aan de verplichtingen gericht op arbeidsinschakeling (artikel 9 PW en artikel 37 IOAW/IOAZ). Wanneer deze persoon niet aan deze verplichtingen voldoet bestaat de mogelijkheid om een maatregel op te leggen. Dit is geregeld in artikel 6 en 7 van de Verordening afstemming Participatiewet, IOAW en IOAZ Het Hogeland 2019. Een inwoner die geen bijstand ontvangt (artikel 10 PW) heeft bovengenoemde verplichtingen niet en kan ook geen maatregel (afstemming) ontvangen. Ook de inwoner met een PW-, IOAW-, IOAZ-uitkering die ontheven is van de arbeidsverplichtingen is niet gehouden aan die verplichtingen. Daar komt nog bij dat de Participatiewet geen terugvorderingsgrond heeft van re-ïntegratiekosten die onnodig zijn gemaakt. Deze kunnen dus niet op basis van de PW worden teruggevorderd. Om ook bij inwoners zonder arbeidsverplichting een “maatregel” te kunnen opleggen en de kosten van de re-integratievoorziening (deels) terug te kunnen vorderen wordt in het trajectplan een “boetebeding” opgenomen als bedoelt in 6:91 BW en artikel 6:92 BW. In het trajectplan (overeenkomst) wordt vastgelegd dat belanghebbende de kosten van een re-integratievoorziening geheel zal terugbetalen middels een boetebeding wanneer hij voortijdig en verwijtbaar de voorziening afbreekt. De hoogte van de boete wordt gesteld op maximaal 100% van de kosten van de re-integratievoorziening. Kortom in het trajectplan dienen de wederzijdse rechten en plichten te worden opgenomen en de gevolgen van het niet nakomen ervan. Beide partijen moeten het document ondertekenen waarna de inwoner van het college een beschikking ontvangt.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel