Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 2.3

Bijstand voor reiskosten bezoek gedetineerde

Onderdeel van Beleidsregels Participatiewet Het Hogeland 2020

De kosten voor het vervoer van het woonadres van de bezoeker (=belanghebbende) naar inrichting waar de gedetineerde verblijft. De noodzaak voor het bezoeken van een gedetineerde wordt aanwezig geacht indien: De gedetineerde behoort tot het gezin van belanghebbende, en; De gedetineerde verblijft in een gesloten inrichting (= geen recht op verlof), en; De inrichting is gelegen buiten de gemeente maar binnen Nederland; en; De bezoekfrequentie bedraagt maximaal 1 keer per vier weken per gezin. De noodzaak van meer bezoeken moet door middel van schriftelijke verklaringen van de inrichting/reclassering worden gemotiveerd. De hoogte van de bijzondere bijstand is gelijk aan goedkoopste vorm van openbaar vervoer voor het betreffende traject. Wanneer de detentie in het buitenland plaatsvindt wordt de hoogte van de bijstand zodanig vastgesteld dat alleen de reiskosten in Nederland worden vergoed. Reiskosten die in dit verband in het buitenland worden gemaakt, komen wegens strijdigheid met het territorialiteitsbeginsel immers niet voor bijzondere bijstand in aanmerking.

Rechtspraak bij dit artikel