Het overleggen van een identificatiebewijs (artikel 17 lid 3 PW) is niet nodig voor de uitvoering van de Participatiewet als de identiteit en nationaliteit van belanghebbende bekend was tijdens de bijstandsaanvraag.
De belanghebbende die bij de aanvraag van bijstand niet beschikt over een (geldig) identiteitsbewijszal zelf en voor eigen rekening een dergelijk document opnieuw moeten aanvragen.
Met inachtneming van artikel 4:5 lid 1 Awb wordt een aanvultermijn gegeven waarbinnen diegene alsnog een identiteitsbewijs kan overleggen.
Indien inzage in het identiteitsbewijs niet kan plaatsvinden voldoet cliënt niet aan de inlichtingenverplichting (artikel 17 PW) en kan de aanvraag op die grond worden afgewezen dan wel buiten behandeling worden gesteld. (artikel 4:5 Awb).
Rijbewijs
Een rijbewijs kan niet dienen ter vaststelling van de identiteit in het kader van de beoordeling van het recht op bijstand. De reden hiervoor is dat dit document geen nationaliteit vermeldt.
Kopie identiteitsbewijs in dossier
Belanghebbende zal zich bij de aanvraag om bijstand dus altijd moeten legitimeren. Uit de wet volgt namelijk dat de gemeente het recht op bijstand vaststelt aan de hand van een geldig legitimatiebewijs.
Het is wenselijk om in 1e instantie een kopie van het legitimatiebewijs af te geven voor het (bijstands)dossier op grond van Wet op de loonbelasting. Daarna volstaat dat belanghebbende desgevraagd zijn ID of paspoort moeten kunnen laten zien. Mocht belanghebbende weigeren een kopie van zijn ID af te geven dan kan het college geen sanctie opleggen omdat de Participatiewet geen grondslag biedt voor deze verplichting.
Artikel 4.12
Personen zonder identiteitsbewijs
Onderdeel van Beleidsregels Participatiewet Het Hogeland 2020