Indien en zolang er gegronde redenen zijn om aan te nemen dat belanghebbende zonder hulp niet in staat is tot een verantwoorde besteding van zijn bestaansmiddelen, kan het college aan de bijstand de verplichting verbinden dat belanghebbende meewerkt aan de noodzakelijke betalingen vanuit de bijstand. Men spreekt in dit verband ook wel over de budgetteringsplicht.
Om tot budgettering over te kunnen gaan moet belanghebbende het college schriftelijke machtigen om de betalingen te verrichten. Zonder machtiging kan het college de bijstand aan belanghebbende niet tot een lager bedrag uitbetalen dan het bedrag waarop het recht is vastgesteld.
Zodra er geen sprake meer is van gegronde redenen kan de budgetteringsplicht niet langer worden opgelegd. Wel kan de belanghebbende in dat geval vrijwillig meewerken aan het direct betalen door het college van belangrijke rekeningen zoals die voor huur en energie aan derden. Hiertoe dient diegene tevens een machtiging van die strekking te ondertekenen. Deze vrijwillige budgettering valt buiten het bereik van artikel 57 onder a Participatiewet.
Artikel 4.14
Uitleg budgetteringsplicht artikel 57 Participatiewet
Onderdeel van Beleidsregels Participatiewet Het Hogeland 2020