Naar hoofdinhoud

6

Artikel 6.2

Draagkracht

Onderdeel van Beleidsregels Participatiewet Het Hogeland 2020

Bij het verlenen van bijzondere bijstand wordt rekening gehouden met de eventueel aanwezige draagkracht. Als draagkracht wordt aangemerkt: • Het deel van het vermogen, dat hoger is dan het vrij te laten bescheiden vermogen • Het inkomen boven 120% van de van toepassing zijnde norm • Spaargelden, die tijdens de bijstandsperiode zijn opgebouwd, voor zover deze meer bedragen dan het vrij te laten bescheiden vermogen. Bij het vaststellen van de reserveringsruimte en draagkracht wordt uitgegaan van het feitelijke inkomen. Het resterende inkomen na beslaglegging wordt eveneens gezien als feitelijk inkomen. Als er sprake is van een WSNP-traject of een minnelijke regeling in het kader van schuldhulpverlening, wordt er van uit gegaan dat er geen draagkracht is. De vastgestelde draagkracht moet men volledig aanwenden, om te voorzien in de bijzondere kosten. Eventueel kunnen in de draagkrachtperiode gemaakte kosten of te maken kosten, waarvoor bijzondere bijstand mogelijk is, in mindering worden gebracht op de draagkracht.

Rechtspraak bij dit artikel