Naar hoofdinhoud

6

Artikel 6.40

In aanmerking te nemen middelen voor draagkracht

Onderdeel van Beleidsregels Participatiewet Het Hogeland 2020

Van het in aanmerking te nemen inkomen worden de middelen bedoeld in artikel 31 lid 2 PW en artikel 33 lid 5 PW (pensioenvrijlating) niet tot het draagkrachtinkomen van belanghebbende gerekend. De middelen als bedoeld in genoemde artikelen worden dus ook voor de bijzondere bijstand vrijgelaten. (Het inkomen wordt dus op dezelfde wijze vastgesteld als bij de algemene bijstand). Bij de vaststelling van de draagkracht wordt rekening gehouden met: Het deel van het vermogen (ook vermogen dat is gespaard van de uitkering), dat hoger is dan het vermogen dat kan worden vrijgelaten de ruimte in het inkomen (boven 120% van de van toepassing zijnde bijstandsnorm per jaar) De ruimte in het inkomen (boven 120% van de van toepassing zijnde bijstandsnorm per jaar) De individuele inkomenstoeslag wordt ook als middel in aanmerking genomen bij de beoordeling of iemand kan reserveren. Voor de aanschaf en/of vervanging van duurzame gebruiksgoederen wordt tevens rekening gehouden met het vrij te laten bescheiden vermogen. Inkomsten uit arbeid van ten laste komende kinderen (artikel 31 lid 2 sub h PW) worden alleen vrijgelaten, als het bijzondere bijstand betreft voor een ander in de bijstand begrepen persoon dan dat minderjarige kind. Betreft het een aanvraag voor het minderjarige kind zelf, dan moeten deze inkomsten wel worden meegenomen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel