De woonkostentoeslag voor eigenaren wordt berekend met behulp van een berekeningsmethode.
Een woonkostentoeslag voor eigen woning waarbij de rekenhuur per maand lager ligt dan de maximale huurgrens, wordt telkens voor een maximale periode van 12 maanden toegekend.
Wanneer de woonkostentoeslag meer bedraagt dan de maximale huurgrens dan wordt deze na een periode van 12 maanden verstrekt tot de maximale vergoeding die de Wet op de huurtoeslag kent.
Verplichte zoektocht naar goedkopere woonruimte
Als de woonkostentoeslag meer bedraagt dan de maximale huurgrens uit de Wet Huurtoeslag wordt in principe de verplichting opgelegd om te zoeken naar goedkopere woonruimte (artikel 55 PW).
In dat geval wordt de woonkostentoeslag toegekend voor een periode van maximaal 12 maanden.
Deze termijn kan wederom met 12 maanden worden verlengd als de belanghebbende er nog niet in is geslaagd om goedkopere woonruimte te vinden en dit niet te verwijten valt. Het opleggen van de verplichte zoektocht naar goedkopere woonruimte dient expliciet te worden vastgelegd in de beschikking waarin de woonkostentoeslag wordt toegekend.
Stelt belanghebbende alles in het werk om goedkopere woonruimte te verkrijgen maar lukt dit niet, dan is het mogelijk om de periode van 12 maanden te verlengen. Onderneemt belanghebbende geen actie, dan wordt een lagere woonkostentoeslag verstrekt. Deze bepaling geldt alleen wanneer er geen sprake is van overwaarde in de woning. De woonkostentoeslag wordt dan verstrekt tot de maximale vergoeding die de Wet op de huurtoeslag kent. Dit omdat belanghebbende hier ook maximaal recht op heeft wanneer de woonlasten lager zijn. Is er wel sprake van overwaarde van de woning, dan zijn de beleidsregels bijzondere bijstand van toepassing.
Belanghebbende kan zijn inspanningsverplichting voor andere (goedkopere) woonruimte onder andere aantonen door een inschrijvingsbewijs voor een huurwoning, een verkoopovereenkomst met een makelaar en activiteiten die daarbij horen. Bij dat laatste kan gedacht worden aan reacties voor huurwoningen en het meedoen aan open huizen dag, actieve verkoop via (sociale) media, etc.
Onderhoudskosten eigen woning
Kosten die verband houden met groot onderhoud van een aan belanghebbende in eigendom toebehorende woning komen in beginsel niet in aanmerking voor bijstandsverlening. Deze kosten behoren immers tot de algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan. Deze kosten moeten, behoudens bijzondere omstandigheden, worden betaald uit het reguliere inkomen aangezien in beginsel iedere woningeigenaar met die kosten wordt geconfronteerd.
Stelt een belanghebbende dat hij extra kosten heeft wegens bijzondere omstandigheden, dan zal hij dit aannemelijk moeten maken aan de hand van objectief verifieerbare gegevens.
De kosten van woningonderhoud jaarlijks zijn ongeveer 1% van de waarde van de woning.
6
Artikel 6.42
Berekening woonkostentoeslag eigenaren
Onderdeel van Beleidsregels Participatiewet Het Hogeland 2020