Een inwoner van de gemeente heeft recht op een individuele inkomenstoeslag (artikel 36 PW) wanneer diegene:
21 jaar of ouder is doch jonger dan de pensioengerechtigde leeftijd
Een langdurig laag inkomen heeft tot 105% van de van toepasselijke bijstandsnorm gedurende de referteperiode van 3 jaar (36 maanden)
Geen in aanmerking te nemen vermogen heeft (artikel 34 PW)
Gelet op de omstandigheden geen uitzicht heeft op inkomensverbetering
De hoogte van de Individuele inkomenstoeslag is geregeld in artikel 4 van de Verordening Individuele inkomenstoeslag Participatiewet Het Hogeland 2019 en bedraagt per kalenderjaar:
voor een alleenstaande 30 % van de gehuwdennorm;
voor een alleenstaande ouder 35% van de gehuwdennorm;
voor gehuwden 40% van de gehuwdennorm.
De individuele inkomenstoeslag kan 1 keer per jaar worden toegekend.
Begrip “Geen uitzicht op inkomensverbetering”
Bij de beoordeling van het criterium 'geen uitzicht op inkomensverbetering' moet het college op grond van artikel 36 lid 2 PW rekening houden met de omstandigheden van de persoon zoals:
de krachten en bekwaamheden van de persoon, en
de inspanningen die de persoon heeft verricht om tot inkomensverbetering te komen.
Uitzicht op inkomensverbetering
Er is sprake van uitzicht op inkomensverbetering wanneer:
de aanvrager een opleiding volgt die recht geeft op een tegemoetkoming op grond van de Wet tegemoetkoming onderwijs- en studiekosten (WTOS) of studiefinanciering op grond van de Wet studiefinanciering 2000 (WSF 2000) en die leidt tot een opleidings- en inkomensniveau dat niet eerder door de aanvrager is behaald, of
in het kader van de uitvoering van de Re-integratieverordening Participatiewet, IOAW, IOAZ gemeente Het Hogeland 2019 is geoordeeld dat de aanvrager een korte afstand tot de arbeidsmarkt heeft en derhalve in staat geacht wordt om binnen een ½ jaar arbeid te aanvaarden, waarmee een inkomen van meer dan 105% van de toepasselijke bijstandsnorm bereikt kan worden, of
in de referteperiode een maatregel of boete is opgelegd in relatie tot de arbeids- of re-integratieverplichting, of
de aanvrager een dienstverband heeft en de ontwikkeling van de arbeidsomvang, de ontwikkeling van de salariëring of de schaalindeling volgens de geldende CAO de verwachting rechtvaardigen dat binnen 2 jaar een inkomen van meer dan 105% van de toepasselijke bijstandsnorm bereikt zal worden. (Zie ook hieronder bij parttime inkomsten), of
de aanvrager als zelfstandige een bedrijfskrediet heeft ontvangen in het kader van het Besluit bijstandsverlening Zelfstandigen 2004 (Bbz). Een bedrijfskrediet is immers bedoeld om iemand in de gelegenheid te stellen een eigen onderneming te starten en wordt alleen verstrekt als de verwachting is dat er uit het bedrijf inkomsten kunnen worden gegenereerd. Wanneer een aanvrager er nog niet in is geslaagd om door middel van zijn onderneming in zijn inkomen te voorzien is dat teleurstellend, maar dit betekent niet dat geen sprake is van uitzicht op inkomensverbetering.
Deelname aan een re-integratietraject
De inzet van een re-integratietraject is meestal om de kansen van de klant op de arbeidsmarkt te vergroten. Het beoogde doel van het traject is in die gevallen dan uitstroom richting arbeid. Wanneer iemand een re-integratietraject volgt korter dan een jaar waarbij binnen een half jaar een grote kans is op uitstroom dan heeft diegene uitzicht op inkomensverbetering.
Er wordt dus geen uitzicht op inkomensverbetering aanwezig geacht wanneer degene die de individuele inkomenstoeslag aanvraagt een traject volgt dat redelijkerwijs langer dan een jaar duurt voordat het verrichten van reguliere arbeid mogelijk is.
Per individuele situatie dient door het college beoordeeld te worden aan de hand van de omstandigheden in hoeverre met het traject uitstroom richting de arbeidsmarkt wordt beoogd en er daardoor sprake is van het wel of niet hebben van uitzicht op inkomensverbetering. Wanneer er toch sprake is van het hebben van uitzicht op inkomensverbetering bestaat er geen recht op de individuele inkomenstoeslag.
Part time inkomsten
Als iemand parttime werkt, betekent de ruimte die er in uren nog bestaat, in principe dat er uitzicht op inkomensverbetering bestaat. In dat geval is het aan belanghebbende te bewijzen dat er van uitbreiding van uren vanwege in de persoon gelegen factoren geen sprake kan zijn.
Tot deze groep behoren ook de personen die werken en loon ontvangen op bijstandsniveau en personen die op inkomen uit arbeid een aanvullende uitkering tot bijstandsniveau ontvangen.
In andere situaties geldt dat uitzicht op verbetering van de inkomenspositie aanwezig wordt geacht.
Beoordeling
De vraag of de inwoner (en partner) een langdurig laag inkomen heeft (hebben), wordt zoveel mogelijk met behulp van Suwinet-inkijk beantwoord.
Als er een onderbreking wordt geconstateerd korter dan een jaar dan is er ook sprake van een langdurig laag inkomen mits diegene ook aan de andere criteria voldoet.
Gezinsomstandigheden zoals zorg voor kinderen of mantelzorg worden in beginsel niet aangemerkt als belemmering voor inkomensverbetering.
7
Artikel 7.1
Gemeentelijke uitvoeringsregels inzake individuele inkomenstoeslag
Onderdeel van Beleidsregels Participatiewet Het Hogeland 2020