Bij het afleggen van een huisbezoek moet voorafgaande sprake zijn van een redelijke grond. Op basis van concrete objectieve feiten en omstandigheden kan redelijkerwijs worden getwijfeld aan de juistheid of de volledigheid van de woon- en leefsituatie van belanghebbende.
De informatie die verkregen wordt tijdens een huisbezoek moet onmisbaar zijn voor het vaststellen van (de omvang van) het recht op bijstand. Het is daarbij belangrijk dat die persoon zijn leefsituatie niet op een andere, minder belastende wijze kan aantonen.
Bij het huisbezoek geldt in het kader van een bewijsopdracht dat betrokkene vrijwillig toestemming verleend voor het afleggen van een huisbezoek (informed consent). Daarmee kan schending van artikel 8 EVRM (inbreuk op het huisrecht) worden voorkomen.
Met een informed consent wordt bedoeld dat belanghebbende (als rechtmatige bewoner) vrijblijvend schriftelijke toestemming verleent tot het binnentreden van zijn woning. Ook dient de persoon voor aanvang huisbezoek geïnformeerd te zijn over de reden en het doel van het huisbezoek, over de vrijwilligheid van de toestemming tot binnenlaten en over de gevolgen van het weigeren van het huisbezoek voor de (verdere) verlening van bijstand. De ambtenaren die het huisbezoek verrichten dienen, voor het binnentreden van de woning, zich te legitimeren.
Aanvullend geldt het protocol huisbezoek.