Indien bijstand wordt verleend mede op grond van artikel 50 PW is de vorm een geldlening.
Ter zekerheid wordt een (krediet)hypotheek gevestigd als het gaat over een eigen woning (registergoed). Er wordt ter zekerheid pandrecht gevestigd als het gaat over een eigen woonwagen of woonboot (niet-registergoed).
De waarde van de woning wordt vastgesteld overeenkomstig de waarde zoals vermeld op de laatste aanslag in het kader van de Wet waardering onroerende zaken (Woz). Het betreft de recentste Woz-waarde.
Het college verbindt aan het verlenen van de geldlening verplichtingen die zijn gericht op meerdere zekerheid voor de nakoming van de aan deze bijstand verbonden rente- en aflossingsverplichtingen
(artikel 48, lid 3 PW). Deze verplichtingen dienen nadrukkelijk te worden opgenomen in de toekenningsbeschikking en in de hypotheekakte bij de notaris.
Het college verbindt aan de verlening van eerdergenoemde bijstand (onder zekerheidsstelling van hypotheek of pandrecht) de verplichting dat de belanghebbende aan de vestiging van de hypotheek of het pandrecht meewerkt.
Indien de bijstand wordt verstrekt aan een echtpaar of daarmee gelijkgestelden, zijn beiden verantwoordelijk voor de nakoming en zijn beiden hoofdelijk aansprakelijk voor de aflossing van de geldlening.
Wanneer de belanghebbende geen medewerking verleent wordt geen verdere bijstand verstrekt en wordt de eventueel verleende bijstand teruggevorderd (artikel 58, lid 2 sub b PW).
8
Artikel 8.1
Gevallen waarin bij leenbijstand zekerheden als pand of hypotheek worden verlangd
Onderdeel van Beleidsregels Participatiewet Het Hogeland 2020