2.1.
Indien eenbelanghebbende als bedoeld in artikel 50WWB recht heeft op bijstand wordtdie bijstand vanaf de ingangsdatum van de uitkering voor een periode van 6 maanden verstrekt in de vorm van een geldlening.
2.2.
Bijstandsverlening in de vorm van een geldlening onder verband van een krediethypotheek vindt eerst plaats vanaf zes maanden na de ingangsdatum van de uitkering.
2.3.
Indien totvestiging van eenkrediethypotheek zoals bedoeld in lid 2 wordt overgegaan, wordt de onder lid1 verstrekte geldlening ondergebracht in dekrediethypotheek.
2.4.
Als bijstand wordt verleend inde vorm van een geldlening onder verband vanhypotheek als bedoeld in artikel 50, tweede lid van de WWB worden daartoe ook gerekend de eventuele bijstand in de kosten genoemd in artikel 3,derde lid.
2.5.
Indien de belanghebbende in een voorkomend geval niet meewerkt aan het vestigen van hypotheek c.q. pandrecht, dan dient de bijstand in zijn geheel te worden geweigerd vanaf ingangsdatum van de bijstand. Reeds verleende bijstand is terstond opeisbaar.