In deze paragraaf staan de algemene beoordelingscriteria met een korte toelichting. Deze toelichting is opgesteld om een duidelijker beoordelingskader te schetsen maar is niet bedoeld als een uitputtende opsomming.
Voor een beroep of bedrijf aan huis zijn de volgende algemene voorwaarden opgesteld:
de woonfunctie van het perceel blijk gehandhaafd;
Dit betekent dat bij de berekening van de maximale toelaatbare oppervlakte ten behoeve van een aan huis gebonden beroep of bedrijf het maximale toegestane percentage is gerelateerd aan de begane grond vloeroppervlakte van de woning, inclusief de eventuele aan- en bijgebouwen. Daarnaast betekent dit dat aan huis gebonden beroepen of bedrijven niet zijn toegestaan in meergezinshuizen (zoals bijvoorbeeld flat of appartementen). De uitstraling van een beroep of bedrijf in een meergezinshuis is veel directer dan bij een eengezinshuis. Het meergezinshuis is als het ware een grote gemeenschappelijke woning. Veel voorzieningen zijn gemeenschappelijk en de woningen liggen direct boven en naast elkaar. De grootte en de gebruiksmogelijkheden van de woning zijn afgestemd op de directe bewoning. Een beroep of bedrijf aan huis in meergezinshuizen is daarom niet verantwoord. Indien liet perceel naast de woonfunctie ook een andere functie heeft, zoals detailhandel of kantoren, wordt een beroep of bedrijf aan huis niet wenselijk geacht. Tot slot dient liet gebruik quo aard, omvang en ruimtelijke uitstraling in de woonomgeving te possen. Dit houdt onder meer verband met de geluidsoverlast, verkeershinder, parkeerproblemen, uiterlijke verschijningsvorm van de woning en opslag.
de bebouwing blijft voldoen aan de inrichtingseisen van de woning zoals gesteld in de bouwverordening en het bouwbesluit, zoals deze golden op het moment van tervisielegging van het ontwerp van het desbetreffende bestemmingsplan;
Dit betekent dat de inrichtingseisen blijven gelden zoals deze gelden voor een woning en niet zoals deze gelden voor bijvoorbeeld een kantoor. Daarnaast blijven de voorschriften zoals deze in het desbetreffende bestemmingsplan staan vermeld van kracht
geen gebruik plaatsvindt dat vergunnings- of meldingsplichtig is ingevolge de Wet milieubeheer (dan wel een AMvB op grond van deze wet) zoals deze van kracht is op het tijdstip van terinzagelegging van het desbetreffende ontwerpbestemmingsplan, tenzij voldoende vaststaat dat de vestiging van de activiteiten geen overwegende bezwaren van milieuhygiënische aard zal oproepen, gelet op de ligging, bedrijfsvoering en omvang van het bedrijf ten opzichte van de belendende woonbebouwing;
Dit betekent dot er geen gevaar, schade of hinder voor de omgeving mag ontstaan.
Bij de beoordeling of de vestiging van activiteiten geen overwegende bezwaren van milieuhygiënische aard met zich meebrengt kan er aansluiting gezocht worden bij de uitgave ’Bedrijven en Milieuzonering’ van de VNG. De activiteiten die worden voorgesteld om tevens toe te laten in de woonomgeving zijn overeenkomstig milieucategorie 1. Hierbij wordt een afstand van 10 meter ten opzichte van gevoelige objecten (o.a. woningen) in acht genomen. De indeling is conform de Standaard Bedrijfsindeling uit 1993 van het CBS.
geen (detail- of groot)handel plaatsvindt, uitgezonderd een beperkte verkoop in het klein in verband met het “beroep aan huis" alsmede goederen die ter plaatse in verband met het “bedrijf aan huis" zijn vervaardigd;
Dit betekent dat detailhandel gelet op het gemeentelijke concentratiebeleid. In beginsel gesitueerd dient te zijn in dan wel in de onmiddellijke nabijheid van het centrumgebied van Aalst en van Waalre.
Detailhandel in woningen is als regel daarom niet toegestaan. Slechts productiegebonden detailhandel is toegestaan. Het betreft een combinatie van productie of dienstverlening als hoofdzaak met detailhandel als bijzaak (vergelijk een schoenmaker die ook schoenzolen verkoopt of een antiekreparateur die ook antiekwas verkoopt). De detailhandel dient derhalve een niet zelfstandig onderdeel te zijn en moet van ondergeschikte aard zijn van de totale bedrijfsvoering. Verkoop van goederen op het gebied van de dagelijkse verzorging en levensbehoefte valt echter niet onder productiegebonden detailhandel.
verkoop en opslag van motorbrandstoffen en horeca-activiteiten zijn niet toegestaan;
De horeca-activiteiten moeten in brede zin worden opgevat. Hierbij wordt in ieder geval gedacht aan activiteiten die gebruikelijk in een hotel, restaurant, café of in een lunchroom plaatsvinden.
het niet betreft zodanig verkeersaantrekkende activiteiten, dat extra maatregelen, waaronder extra parkeervoorzieningen, noodzakelijk zijn;
Dit betekent dat sterk publiekaantrekkende activiteiten niet onder een aan huis gebonden beroep of bedrijf worden begrepen, omdat in dat geval de uitstraling (druktebeeld en parkeeroverlast) niet in overeenstemming is met de woonfunctie. Dergelijke activiteiten dienen niet in een woonomgeving, maar in of nabij het centrumgebied gesitueerd te worden. Mede omdat de door hun publiekaantrekkende werking het centrumgebied kunnen versterken.
Daarnaast moet voorkomen worden dat de omgeving te veel hinder ondervindt van bijvoorbeeld auto’s die worden geparkeerd door klanten en leveranciers. Bij iedere aanvraag zal daarom specifiek naar het aantal verwachtte bezoekers en het aantal aanwezige parkeerplaatsen gekeken worden en naar de verkeerssituatie in de buurt in het algemeen.
het niet betreft activiteiten die in de regel in winkelpanden worden uitgeoefend, zoals een kappersbedrijf en een videotheek;
alleen de in het besluit aangewezen ruimte kan worden gebruikt en alleen het in het besluit genoemde beroep of bedrijf mag hier door de bewoner(s) worden uitgeoefend.
De ontheffing zal een persoonsgebonden karakter krijgen. Dit betekent dat hij gebonden is aan een persoon die een activiteit uitoefent op een bepaald perceel. Indien er sprake zal zijn van een wijziging van een persoon of de activiteit dient er opnieuw een beoordeling plaats te vinden. Bovendien zal bij de verhuizing binnen de gemeente opnieuw een beoordeling moeten worden gemaakt.
Alleen de (hoofd)bewoner van de woning mag activiteiten ontplooien, zonder personeelsleden (dus ook geen familiebedrijf met inwonende kinderen of andere familiaire banden). Echter, onder bepaalde voorwaarden kan geconstateerd worden dat een ondersteunend medewerker voor bepaalde aan huis verbonden beroepen niet zal zorgen voor meer negatieve ruimtelijke aspecten. Hierbij kan gedacht worden aan een huisarts of een consulent die veelal alleen werken maar vaak wel een assistente in dienst hebben. Als uitgangspunt hierbij geldt dat er per geval beoordeeld zal worden of het aanvaardbaar is dat de bewoner ondersteund wordt door maximaal één medewerker.
Als het beroep of bedrijf aan huis wordt gevestigd in een bijgebouw, dan dient de eigendom van het bijgebouw en van de woning in één hand te zijn.
Het moet met andere woorden de eigenaar/gebruiker van de woning zelf zijn, die in het bij- of aanbouw niet aan huis gebonden beroep of bedrijf uitoefent Het bijgebouw dient zowel planologisch als juridisch bij de woning te horen.
Hoofdstuk 2
Artikel 2.3
Algemene voorwaarden
Onderdeel van Beleidsnota beroep of bedrijf aan huis 2009