In deze verordening wordt verstaan onder:
a. ASV: Algemene Subsidieverordening gemeente Eindhoven;
b. college: het college van burgemeester en wethouders van Eindhoven;
c. commerciële dienstverlening: het bedrijfs- of beroepsmatig verlenen van diensten, waarbij het
publiek rechtstreeks te woord wordt gestaan en geholpen wordt;
d. Concepten Adviescommissie: de afzonderlijke commissies, aangesteld om voor twee pilotgebieden
adviezen uit te brengen aan het college van B&W over de ingediende aanvragen in het kader van
deze subsidieregeling;
e. culturele sector: bedrijfstypen waar de kunst en cultuur wordt geproduceerd, gepresenteerd,
gepubliceerd, geconsumeerd en geconserveerd;
f. creatieve sector: bedrijfstypen gericht op de exploitatie van kunstzinnigheid en intellectueel
eigendom;
g. detailhandel: het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop,
het verkopen, verhuren en leveren van goederen aan personen die de goederen kopen of huren voor
gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit;
h. de-minimisverordening: verordening (EU) nr. 1407/2013 van de Commissie van 18 december 2013
betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag op de-minimissteun (PbEU
L352), dan wel later daarvoor in de plaats tredende regelgeving;
i. franchisenemer: een zelfstandig ondernemer wie een hechte samenwerkingsvorm heeft met een
ketenorganisatie;
j. horeca: het bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was, logies verstrekken, dranken
schenken of rookwaren dan wel spijzen voor directe consumptie bereiden of verstrekken;
k. ketenorganisatie: indien er zeven of meer vestigingspunten in Nederland opereren onder dezelfde
naam;
l. maatschappelijke dienstverlening: het verlenen van diensten in de medische, sociale, educatieve,
culturele, religieuze en administratieve sfeer en andere vormen van dienstverlening, die een min of
meer openbaar karakter hebben;
m. ondernemer: de natuurlijke- of rechtspersoon die een onderneming drijft of gaat drijven;
n. onderneming: op winst gericht bedrijf dat duurzaam aan het handelsverkeer deelneemt;
o. pilotgebieden: de winkelgebieden waarop deze subsidieregeling ziet, te weten,
Pilotgebied 1, afgebakend in Bijlage ‘Afbakening Pilotgebied 1’;
Pilotgebied 2, afgebakend in Bijlage ‘Afbakening Pilotgebied 2’;
p. presentatie: moment waarop aanvragers van subsidie op grond van deze regeling hun aanvraag
presenteren en motiveren aan de Concepten Adviescommissie.
q. stimuleringssubsidie: de subsidie die beschikbaar kan worden gesteld in het kader van deze
regeling ten behoeve van het vestigen van een onderneming in detailhandel, horeca, commerciële
en/of maatschappelijke dienstverlening of cultuur in een pand in een pilotgebied indien en voor
zover de daartoe strekkende aanvraag voldoet aan de beoordelingscriteria van deze regeling;
r. subsidieplafond: het bedrag dat gedurende het gemeentelijke begrotingsjaar maximaal beschikbaar
is voor het verstrekken van subsidie op grond van deze regeling.
Hoofdstuk
Artikel 1
Begripsbepalingen
Onderdeel van Subsidieregeling Pilot impulsaanpak verbetering wijkcentrumgebieden en radialen