Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2 › Paragraaf 2.1

Artikel 2.1.4

Gemeente Waalre

Onderdeel van Beleidsnota Monumenten

MonumentenverordeningWaalre De gemeente Waalre beschikt over een Monumentenverordening en een bijbehorende commissie. Waalre heeft de monumentenverordening voor het laatst gewijzigd in 1994. Behorende bij deze beleidsnotitie is de monumentenverordening aangepast aan de huidige wettelijke regelgeving. In de verordening zijn drie hoofdpunten geregeld: de aanwijzing van objecten tot gemeentelijk beschermd monument; het vergunningenstelsel voor de gemeentelijke beschermde monumenten; de verwijzing naar het vergunningenstelsel voor beschermde rijksmonumenten in de Monumentenwet 1988. SubsidieverordeningWaalre De gemeente Waalre beschikt over een Subsidieverordening. Waalre heeft de subsidieverordening voor het laatst gewijzigd in 1994. Behorende bij deze beleidsnotitie is de subsidieverordening zoals deze is aangepast aan huidige regelgeving en praktijk. In de subsidieverordening zijn de volgende hoofdpunten geregeld: subsidie voor onderhoud subsidie voor restauratie systeem van subsidie verstrekking Bestemmingsplan Met inachtneming van het hiertoe bepaalde in de WRO stelt de gemeenteraad voor het gebied van de gemeente dat niet tot de bebouwde kom behoort een bestemmingsplan vast. Daarin wordt de bestemming van de in het plan begrepen grond aangewezen en zo nodig in verband met de bestemming aanvullende voorschriften gegeven over het gebruik van de in het plan begrepen grond en de zich daarop bevindende opstallen. De gemeenteraad kan een bestemmingsplan vaststellen voor het gebied van de gemeente, dat behoort tot de bebouwde kom. De gemeenteraad is hiertoe niet verplicht (facultatieve bevoegdheid). De gemeente Waalre kent voor zowel de bebouwde kom als buiten de bebouwde kom bestemmingsplannen. Een bestemmingsplan dient eenmaal in de tien jaar te worden herzien. In het belang van de bescherming van onder meer cultuurhistorisch waardevolle gebieden kan het bestemmingsplan voorschrijven dat een aanlegvergunning nodig is voor andere werkzaamheden dan het oprichten of gebruiken van een gebouw of bouwwerk, zoals bijvoorbeeld het aanleggen van leidingen. De aanlegvoorschriften zijn opgenomen om de waarden op het gebied van landschap, natuur en archeologie te kunnen beschermen. Cultuurhistorie wordt als vast onderdeel betrokken bij de ontwikkeling van het bestemmingsplan. Bouwverordening Bouwen of verbouwen in, op, aan of bij een (rijks-, provinciaal of gemeentelijk) monument mag nooit bouwvergunningvrij. Een aanvraag voor een bouwvergunning wordt onder andere getoetst aan de gemeentelijke bouwverordening, de welstandscriteria en het bestemmingsplan. De bouwverordening is ook voor een monumenteneigenaar relevant. De eigenaar van een monument heeft namelijk behalve een monumentenvergunning ook een bouwvergunning nodig bij verbouw van zijn pand (art. 43, Woningwet). Monumentencommissie De bescherming van een monument is altijd van toepassing op het hele gebouw, van kelder tot nok en van voor- tot achtergevel. Alleen als in het monumentenregister staat vermeld dat een pand of object beschermd is vanwege een onderdeel, beperkt de eigenlijke bescherming zich tot dat specifieke onderdeel. Het is niet nodig om een pand bij restauratie in de oorspronkelijke staat terug te brengen. Deze visie op restauratie is tegenwoordig grotendeels verlaten. De nadruk ligt nu vooral op het conserveren en bewaren van de aanwezige historische elementen. Hierdoor blijft het historische materiaal bewaard en is de geschiedenis van het object of pand zichtbaar. Een grote misvatting is dat aan een monumentenpand niets veranderd mag worden. Zelfs al is het pand van binnen en van buiten door de Monumentenwet 1988 beschermd, financiële en technische redenen, net als het feitelijke gebruik zullen worden meegewogen in het oordeel over de voorgestelde wijzigingen. Aantasting van de monumentale waarden van het pand door verbouwingen of wijzigingen kan alleen met zwaarwegende argumenten worden geaccepteerd. Bestemming en feitelijk gebruik kunnen wel; degelijk zulke argumenten vormen: het monument moet bruikbaar blijven. Door zorgvuldig afgewogen veranderingen toe te laten blijft het object behouden. De monumentale waarde van een pand of object wordt bepaald door het geheel van de dragende delen, het casco en de vloeren, maar ook door de afzonderlijk beschreven onderdelen, zoals bijvoorbeeld gevels, kapconstructies en nagelvaste interieuronderdelen (zoals stucplafonds, schoorsteenpartijen, betimmeringen en dergelijke). Omdat de monumentenbeschrijving in het register niet altijd volledig is en elke situatie en pand anders is, moet de monumentale waarde bij een vergunningaanvraag nader worden bepaald. De monumentencommissie Waalre adviseert B&W over de specifiek monumentale aspecten van gebouwen (gemeentelijke en rijksmonumenten) in de gemeente. Voor rijksmonumenten wordt daarnaast door de gemeente de RSCM om advies gevraagd. De gemeente voert het monumentenbeleid uit en zorgt voor afgifte van de monumentenvergunning. In de advisering van de monumentencommissie gaat het voornamelijk om het bepalen van de monumentale waarde van panden en in hoeverre deze wordt aangetast door de voorgenomen wijzigingen/herstelwerkzaamheden/aanpassingen etc. Om tot een weloverwogen advies te komen, worden objectbezoeken afgelegd, stukken bestudeerd en vindt er overleg plaats met de aanvragers. Een goede open communicatie tussen aanvragers en gemeente (en het adviserende orgaan, de monumentencommissie) is dan ook erg belangrijk. Op deze manier ontstaat er een zo compleet mogelijk beeld van de gevolgen van het plan voor een monument Bij het beoordelen van plannen gaat de commissie uit van het behouden van de oorspronkelijke situatie van het te beoordelen pand en object. Dat wil zeggen dat de hoofdvorm, het aanzien en karakter van het monument gehandhaafd moeten blijven. Uitbreidingen dienen te passen bij het monument en de omgeving. Gebruik van materialen kunnen eigentijds zijn, doch dienen te passen in het tijdsbeeld en bij het karakter van het monument. Modernisering, actualisering en aanpassing van het monument dient te geschieden met inachtneming van de monumentale waarden van het pand of object. De monumentencommissie is ten alle tijden bereid met de aanvrager een open gesprek aan te gaan en samen met de aanvrager tot een goed resultaat te komen. De monumentencommissie bestaat uit maximaal 6 leden. Deze leden worden door het College benoemd voor een termijn van 4 jaren gelijk aan de termijn van de zittingsduur van het College zelf. De leden kunnen na een zittingsduur van nog eenmaal worden herbenoemd. De leden worden benoemd op basis van hun expertise op het gebied van onder andere (steden)bouwkunde, architectuur, archeologie en kunsthistorie. De monumentencommissie adviseert B&W gevraagd en ongevraagd over: de Monumentenwet 1988 en de Monumentenverordening Waalre; vrijstellingen van bestemmingsplannen of gedeelten daarvan waarvoor een aanwijzing tot beschermd stads- of dorpsgezicht geldt, als bedoeld in artikel 35 van de Monumentenwet 1988; het plaatsen van objecten op de gemeentelijke monumentenlijst; het afvoeren van objecten van de gemeentelijke monumentenlijst; mutaties van het monumentenregister; de noodzaak van archeologisch of bouwhistorisch onderzoek. WelstandnotagemeenteWaalre De gemeente heeft totaal 58 monumenten en voert een actief monumentenbeleid waarin aandacht wordt besteed aan onderzoek en inventarisatie van cultuurhistorische waarden, met inbegrip van de archeologische monumenten en waarden. De gemeente heeft 31 rijksmonumenten. Het betreft hier voornamelijk panden van vóór 1850. Een aantal jonge monumenten uit de periode 1850-1940 is in het kader van het Monumenten Selectie Project in 2001 aangewezen als rijksmonument. In het kader van het Monumenten Inventarisatie Project heeft de provincie daarnaast nog 64 objecten uit de periode 1850-1940 op de cultuurhistorische waardenkaart en streekplan opgenomen (overlappen deels de monumentenlijst). De gemeente heeft 27 gemeentelijke monumenten binnen zijn grenzen. Ook staan bij de totstandkoming van deze welstandsnota 54 objecten en panden op de nominatie om aangewezen te worden als gemeentelijk monument, de procedure daarvoor is echter nog niet afgerond. Het betreft hier de op de welstandsniveau kaart (kaart 2 van deel 2, hoofdstuk 2.2) aangeduide monumentwaardige objecten. De gemeente heeft één door het Rijk aangewezen beschermd dorpsgezicht. Het betreft ’t Loon. Dit gezicht is aangewezen in 1971. Communicatie De gemeente heeft de plicht de volgende zaken te publiceren: de aanvraag monumentenvergunning; de verleende, geweigerde of ingetrokken monumentenvergunning; elke wijziging (plaatsing / verwijdering) op de monumentenlijst. Deze publicaties vinden plaats op het gemeentekatern in één van de gratis huis-aan-huis bladen. Daarnaast is een van de speerpunten van deze beleidsnota dat er meer draagvlak komt onder de bevolking en met name de eigenaren van monumenten en potentiële monumenten. Informatievoorziening is daarin erg belangrijk. In 2008 wordt getracht alle eigenaren en potentiële eigenaren een informatiemap te overleggen met alle benodigde informatie omtrent een monument. Ook moet een informatiemap klaarliggen voor burgers en toeristen. Daarnaast zal een communicatieplan worden opgesteld om de procedure tot aanwijzing van nieuwe monumenten in goede banen te leiden.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel