Naar hoofdinhoud

Artikel 3.9.1

Overgangssituatie n.a.v. uitspraken CRvB d.d. 18 mei 2016:

Onderdeel van Uitvoeringsbesluit Wmo gemeente Waalre 2018

De cliënten die huishoudelijke hulp ontvangen die bekostigd wordt vanuit de bijzondere bijstand (uitvoeringsbesluit Wmo 2016), gaan per datum einde beschikking over naar de Wmo. Vergoeding huishoudelijke hulp door bijzondere bijstand: Er werd per 1 januari 2017 voor gekozen om niet alle “oude” cliënten die in aanmerking kwamen voor huishoudelijke hulp (waarvan bekostiging nu vanuit de bijzondere bijstand gebeurt) tegelijktijdig en gezamenlijk over te laten gaan naar de Wmo, omdat er een overgangstermijn in acht moet worden genomen. De reden voor deze overgangstermijn is dat huishoudelijke hulp o.b.v. de Wmo nadeliger is dan o.b.v. bijzondere bijstand vanwege de eigen bijdrage die o.b.v. de Wmo betaald moet worden. In een dergelijke situatie moet de cliënt zich kunnen voorbereiden op een verandering van omstandigheden. Bestaande Wmo-cliënten (huishoudelijke hulp o.b.v. Uitvoeringsbesluit Wmo 2016): Verder werd door het college eind 2016 besloten dat de huishoudelijke hulp voor bestaande Wmo-cliënten zonder heronderzoek voor hetzelfde aantal uren wordt voortgezet in 2017. De reden hiervan is dat de gemeente deze groep cliënten niet nogmaals met veranderingen/bezuinigingen (in de zin van eventuele vermindering van het aantal toe te kennen uren) wil confronteren gezien alle perikelen rondom de (afschaffing van de) huishoudelijke hulp in 2015 en 2016 (met als sluitstuk de uitspraken van de CRvB van 18 mei 2016 waarin het ingezette beleid teruggedraaid moest worden). Voor deze groep bestaande Wmo-cliënten wordt het oude CIZ-protocol uit 2005 (met de oude urennormering) gehanteerd, zoals dat ook in 2016 werd gebruikt. Voor deze groep cliënten verandert er niets. Omdat voor deze groep cliënten geen beschikking met een einddatum werd afgegeven in 2016, wordt dit in 2017 alsnog gedaan. Hierbij werd voor wat betreft de duur van de toekenning van de indicatie voor hulp bij het huishouden het volgende besloten: Toekenning HbH1 bestaande wmo-cliënten met huiselijke hulp: Cliënten met geboortedatum tot en met 1939 indictie voor 5 jaar. Cliënten met geboortedatum vanaf 1940 indicatie voor 3 jaar. Wanneer deze indicatie afloopt vindt er een heronderzoek plaats waarbij wel gebruik wordt gemaakt van de nieuwe normering (zie 3.8.2). Let op: Bovengenoemde termijnen gelden niet wanneer er bijvoorbeeld sprake is van een kortdurende noodzaak tot huishoudelijke hulp (bijvoorbeeld een half jaar) i.v.m. herstel na een ziekhuisopname van de cliënt. Een voorziening voor hulp bij het huishouden kan ook worden toegekend indien sprake is van opname in een hospice (zie hiervoor bijlage 2). Nieuwe aanvragen per 1 januari 2017 worden eveneens volgens de nieuwe normering beoordeeld (zie 3.8.2).

Rechtspraak bij dit artikel