Naar hoofdinhoud
Het bedrag van de verlaging, bedoeld in artikel 11, wordt toegepast over de maand van oplegging van de maatregel en de volgende twee maanden als bijzondere omstandigheden dit rechtvaardigen. Hierbij wordt over de maand van oplegging ten minste 1/3 van het bedrag van de verlaging verrekend. Als sprake is van een verlaging op grond van artikel 18, vierde lid, onderdeel a, van de Participatiewet, vindt geen verrekening als bedoeld in het eerste lid plaats.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel