Wanneer een inburgeringsplichtige niet verschijnt voor de brede intake of onvoldoende meewerkt aan de brede intake, geeft het college hem een schriftelijke waarschuwing. In die schriftelijke waarschuwing vermeldt het college:
een nieuwe datum en het tijdstip voor de brede intake;
wat de gevolgen zijn als de inburgeringsplichtige niet op de brede intake verschijnt of niet aan de brede intake meewerkt, zoals beschreven in artikel 12 derde lid.
Tussen de datum van de waarschuwing en de brede intake liggen minimaal vijf werkdagen.
Wanneer de inburgeringsplichtige na de waarschuwing wederom niet verschijnt voor de brede intake of onvoldoende meewerkt aan de brede intake legt het college hem een boete op. Het college stelt de inburgeringsplichtige in de gelegenheid zijn zienswijze naar voren te brengen over het voornemen tot het opleggen van een boete. In de boetebeschikking vermeldt het college:
een nieuwe datum en het tijdstip voor de brede intake;
wat de gevolgen zijn als de inburgeringsplichtige wederom niet op de brede intake verschijnt of niet aan de brede intake meewerkt, zoals beschreven in artikel 12, vijfde lid.
Tussen de datum van het boetebesluit en de brede intake liggen minimaal 5 werkdagen en maximaal 2 maanden.
Wanneer de inburgeringsplichtige na de boete niet verschijnt voor de brede intake of onvoldoende meewerkt aan de brede intake legt het college hem opnieuw een boete op en voltooit het college de brede intake in afwezigheid van de inburgeringsplichtige. De tweede en derde volzin van het derde lid zijn overeenkomstig van toepassing.
Het college registreert de boete in het ISI als DUO daarom vraagt.
Hoofdstuk 8
Artikel 12
Boete niet verschijnen brede intake en meewerkplicht
Onderdeel van Beleidsregels Wet inburgering 2021