1. Alle begrippen die in deze beleidsregels worden gebruikt en die niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de Participatiewet (Pw), het Besluit bijstandsverlening zelfstandigen 2004 (Bbz), de Wet Inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (IOAW), de Wet Inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen IOAZ), de Wet Structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen (Suwi) en de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
2. In deze beleidsregels wordt verstaan onder:
a. het college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Pekela;
b. belanghebbende: degene wiens belang rechtstreeks bij het besluit is betrokken als genoemd in artikel 1:2 Awb;
c. uitkering: de door het college verleende (bijzondere) bijstand in het kader van de Pw of de uitkering voor levensonderhoud in het kader van de Bbz 2004;
d. inkomensvoorziening: inkomensvoorziening ingevolge de IOAW of IOAZ;
e. inlichtingenplicht: verplichting genoemd in artikel 17, eerste lid Pw, artikel 13, eerste lid van de IOAW/IOAZ en artikel 30c, tweede en derde lid van de Wet Suwi;
f. boete: bestuurlijke boete genoemd in artikel 18a van de Pw en in artikel 20a van de IOAW/IOAZ;
g. nulfraude: schending van de inlichtingenplicht waarbij geen sprake is van teveel of ten onrechte verstrekte uitkering/inkomensvoorziening;
h. benadelingsbedrag: bedrag dat als gevolg van het niet of niet behoorlijk nakomen van de verplichting, bedoeld in artikel 17, eerste lid van Pw dan wel artikel 13, eerste lid van de IOAW/IOAZ, of de verplichtingen, bedoeld in artikel 30c, tweede en derde lid van de Wet Suwi ten onrechte of tot een te hoog bedrag aan uitkering/inkomensvoorziening is ontvangen.
Artikel 1.
Begripsbepalingen
Onderdeel van Beleidsregels maatwerk bestuurlijke boete Pw/Bbz 2004, IOAW en IOAZ gemeente Pekela 2015