Naar hoofdinhoud

Artikel 3.

Algemene uitgangspunten bij het bepalen van de verwijtbaarheid

Onderdeel van Beleidsregels maatwerk bestuurlijke boete Pw/Bbz 2004, IOAW en IOAZ gemeente Pekela 2015

1. Het college deelt bij de toekenning van een uitkering aan de belanghebbende mee welke feiten en omstandigheden hij spontaan aan het college moet melden. Het college gaat er dan ook, tenzij bijzondere omstandigheden op het tegendeel wijzen, steeds van uit dat het de belanghebbende redelijkerwijs duidelijk kan zijn dat deze feiten en omstandigheden van invloed kunnen zijn op de uitkering; 2. Van een belanghebbende kan een redelijke inspanning worden gevergd om op de hoogte te raken van feiten en omstandigheden bij anderen die van invloed kunnen zijn op zijn uitkering/inkomensvoorziening. Het enkele feit dat die ander de belanghebbende niet spontaan van een relevante omstandigheid op de hoogte heeft gesteld, impliceert niet dat het niet melden daarvan niet of slechts in verminderde mate aan de belanghebbende kan worden verweten. 3. Ontbreekt iedere vorm van verwijtbaarheid dan wordt op grond van artikel 5:41 Awb afgezien van het opleggen van een boete of het geven van een schriftelijke waarschuwing. HOOFDSTUK 2 VERWIJTBAARHEID BIJ OPLEGGEN BOETE

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel