**1..** Geen draagkracht hebben belanghebbenden die een inkomen hebben tot 120% van de bijstandsnorm en die geen vermogen hebben boven de voor hen geldende vermogensgrens, zoals bedoeld in artikel 34 lid 3 wet.
**2..** Indien de belanghebbende een hoger inkomen heeft dan 120% van de geldende bijstandsnorm, als bedoeld in de artikelen 20 tot en met 29 wet, dan wordt de draagkracht vastgesteld op 35% van het meer-inkomen2
**3..** In afwijking van lid 2 geldt bij algemene kosten van het bestaan3 100% van het meer-inkomen als draagkracht.
**4..** Indien de belanghebbende een hoger vermogen heeft als bedoeld in artikel 34 van de wet, dan wordt de draagkracht vastgesteld op 100% van het meerdere vermogen.
**5..** Indien sprake is van een inkomen boven de 120% kan gedeeltelijk bijzondere bijstand worden toegekend indien de kosten het meerdere vermogen te boven gaan. Bij een volgende aanvraag in hetzelfde draagkrachtjaar worden de kosten geheel vergoed.
**6..** De individuele inkomenstoeslag en de individuele studietoeslag worden niet bij de middelen betrokken. Hiervoor geldt een inkomensgrens van 110%. Beiden zijn in een aparte verordening geregeld.
**7..** Bij een belanghebbende voor wie een schuldsaneringsregeling op grond van de WSNP is uitgesproken, zal in het algemeen gesproken geen draagkracht bestaan. Het inkomen waarover de belanghebbende niet kan beschikken mag niet tot het inkomen gerekend worden.
**8..** Een zelfstandige kan ook in aanmerking komen voor de bijzondere bijstand. Het inkomen van een zelfstandige kan worden geschat aan de hand van het inkomen van vorig jaar, een IB (inkomensverklaring) of de huidige boekhouding. Het vermogen verbonden in het bedrijf wordt meegeteld voor zover dit redelijkerwijs te gelde gemaakt kan worden.
**9..** Het college stelt de draagkrachtperiode in beginsel vast op twaalf maanden. De draagkrachtperiode begint op de eerste dag van de maand waarin de aanvraag is ingediend.
1 Zoals vastgelegd is in artikel 15, lid 1 van de wet is er ook geen recht op bijzondere bijstand voor kosten die in de voorliggende voorziening als niet noodzakelijk worden aangemerkt.
2 De berekening van draagkracht laten we aan het volgende rekenvoorbeeld zien: Een (alleenstaande ongehuwde) inwoner heeft bijvoorbeeld een inkomen van € 1600. Wanneer in dit geval het inkomen 120% van de bijstandsnorm € 1300 bedraagt, dan resteert een bedrag van € 300. Dat bedrag van € 300 maal 12 maanden * 35% = € 1260. Dat bedrag gedeeld door 12 maanden is € 105 per maand. Stel bijvoorbeeld dat er bewindvoeringskosten van € 115; per maand dienen te worden betaald en deze inwo-ner vraagt hiervoor bijzondere bijstand aan. Dan wordt de draagkracht van de inwoner bepaald op € 105 en krijgt hij bijzondere bijstand van € 10 per maand.
3 Dat betreft bijvoorbeeld kosten voor woninginrichting, babyuitzet, kosten voor verhuizing, bijzondere bijstand voor kosten levensonderhoud (overbrugging).