Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 2.1

Toetsingscriteria

Onderdeel van Beleidsregels zendmasten voor antenne-installaties op Texel

Uitgangspunten voor toetsing van aanvragen omgevingsvergunningen voor zendmasten, waarvoor de ‘kruimelgevallenregeling’ artikel 4 Bijlage 2 Besluit omgevingsrecht wordt toegepast. 1. Ruimtelijke/landschappelijke inpassing Het is van groot belang dat de zendmast zo goed mogelijk landschappelijk/stedenbouwkundig wordt ingepast. Hierbij wordt aansluiting gezocht bij bestaande gebouwen of elementen, zoals bijvoorbeeld een bedrijfsgebouw, hoge boomsingel, bos of een al bestaande mast. Hierover wordt advies ingewonnen bij de stedenbouwkundige van de gemeente, de commissie Ruimtelijke Kwaliteit of een andere deskundige. De plaatsing moet zoveel mogelijk aan het zicht worden onttrokken, dan wel opgaan in het landschap. De zendmast mag geen onevenredige afbreuk doen aan de visuele kwaliteit van een gebouw of de omgeving. Specifieke landschappelijke, cultuurhistorische of architectonische kenmerken mogen niet aangetast worden. Een nieuwe zendmast in het gebied dat in de Welstandsnota is aangewezen als Hoge Berg of waarbij het aanzicht op een beschermd dorpsgezicht (Oosterend of Den Hoorn) dan wel een monument (bijvoorbeeld het kerkje in Den Hoorn) wordt aangetast, is uitgesloten. 2. Maximale site-sharing Het delen van de zendmast met meerdere providers is uitgangspunt. De zendmast heeft bij de oprichting voldoende ruimte en draagkracht voor minimaal 3 providers. 3. Kleur en materialisatiekeuze Zendmasten en de daarbij behorende technische installaties en de bedrading moeten door middel en zorgvuldige materiaal- en kleurkeuze in de omgeving passen. 4. Verkeersveiligheid De situering van de zendmast mag de (lucht)verkeersveiligheid op geen enkele wijze belemmeren. Dus bijvoorbeeld niet in de berm naast een weg/bij een bocht, maar ook niet nabij het Texel International Airport in verband met de vliegveiligheid. Voor het vliegveld wordt de zonering van de luchtvaartverkeerszones uit het bestemmingsplan Buitengebied gevolgd. 5. Passend bij een functie Het oprichten van een zendmast op een bedrijventerrein zal minder weerstand oproepen dan middenin een woonwijk. De voorkeur van locaties gaat uit naar: 1. Bedrijventerreinen 2. Recreatieve functies (sportaccommodaties, recreatieterreinen en groensingels) 3. Natuurfunctie (parkeerplaatsen bij het strand, bos en duinen) 4. Overige (aan de dorpsrand, in openbaar groen, parkeerplaatsen) 5. Bij voorkeur worden geen zendmasten geplaatst in woonwijken en nabij scholen. 6. Voorkeur voor plaatsing op gemeentegrond Om in de toekomst ook de gemeentelijke belangen te kunnen borgen, gaat de voorkeur uit naar plaatsing op gemeentegrond. Bij plaatsing op gemeentegrond wordt een passende grondregeling aangegaan tegen een marktconforme prijs en wordt bij de notaris een huurafhankelijk opstalrecht gevestigd. 7. Voorkeur voor plaatsing op bestaande bouwwerken Plaatsing van antenne-installaties op bestaande bouwwerken zoals bijvoorbeeld lichtmasten of gebouwen. Afwijken van deze beleidsregels is mogelijk als dat noodzakelijk is in het algemeen belang.

Rechtspraak bij dit artikel